Congratulations and celebrations: Ons Jefke is getrouwd

De computer is heel handig en mails zijn gemakkelijk, maar zo missen we wel heel wat oorspronkelijke gelukwensen. Waar is de tijd van telegramrnen en kaartjes. Deze blog wordt wel heel persoonlijk, want we beginnen bij het huwelijk van mijn ouders. Dus het liedje wordt aangepast met “Alberreke“!

Vroeger stuurde men nog een faire-part, een woord dat nu praktisch vergeten is en dat ze langer geleden ook enkel in Antwerpen courant gebruikten (dat mocht ik ondervinden toen ik wat woordenschat Franse correspondentie in Herentals gemakkelijker wou introduceren!). Hier is de huwelijksaankondiging van mijn ouders:

Van overal komen er gelukwensen, nl. “liefdadigheidstelegrams” op 3 oktober 1943. Men kan blijkbaar kiezen uit 2 soorten. De meesten worden naar het adres van de bruid gestuurd. Mijn vader heeft alle wensen zorgvuldig nagekeken: op de hoek zie je zijn paraafje!

Er komt ook een klein “gelukwenschtelegram” dat kon opengevouwen worden. Het is zonder tekst en zelfs zonder afzender!

De keuze van telegrammen is dus beperkt, maar de wensen zijn zeer verscheiden. Hier volgt een kleine bloemlezing. Ik begin met de twee bovenstaande, want die waren misschien wat te klein om te lezen:

  • Met getelde woorden ongetelde wenschen ter gelegenheid van uw huwelijk
  • Wenschen het nieuw te water gelaten schuitje een kalmen rustigen deinende zee. A hoy
  • Hartelijk proficiat met uwe verbinding Dank Adam en Eva voor de uitvinding
  • Jacobs kroost Methusalems ouderdom
  • Veel geluk en voorspoed in het huwelijksbootje en vele broekjes en rokjes
  • Dat uw bootje vare zacht gansch uw leven dag en nacht
  • Hartelijke gelukwenschen aan de jonge tortelduifjes alsook nen rustigen huwelijksnacht
  • Heil en zegen op uwe nieuwe wegen voorspoed en geluk en elk jaar een familiestuk
  • Een gelukkig gezin met Godes Zegen Een gezellig huisje in een vredig Vlaanderen
  • Een voorspoedige reis stelt u zeker op prijs en menige kornuit brenge vreugd in de schuit

En als dan de eerste spruit komt volgen er weer gelukwensen, dus … wordt vervolgd!

Een smidje in zijn smisse

Dit liedje behoort tot onze Vlaamse liederenschat: “Een smidje in zijn smisse, die zong de hele dag!”

Vooraleer dat smidje kon zingen had hij echter een milieuvergunning nodig. In het modern archief (MA 18836/1) van het Felixarchief is er een deel over hinderlijke bedrijven. Twee voorvaders deden daar een aanvraag. Vandaag gaat het over de smid Eduardus Van Ackeren, mijn overgrootvader.

Op 19 februari 1880 schrijft hij volgende brief:

Antwerpen, den 12 February 1880

Aan de Heeren Burgemeester en Schepenen der Stad Antwerpen

Mijnheeren

Ik neem de vrijheid UEd te verzoeken mij de toelating te vergunnen eene smis op te richten achter mijne woning gelegen in de Leeuwerikstraat nr 20 6de wijk.

Hopende, Mijnheeren, dat UEd mijn verzoek gelievet gunstig te ontvangen, heb ik de eer UEd mijne oprechte groetenissen aan te bieden.

Eduardus Van Ackeren

Zijn brief komt aan op het bureau op 20 februari; dus de post ging snel. In de dienst “hinderlijke bedrijven” wordt de aanvraag vermeld op 30 maart onder nr. 3252: demande de Mr. Ed. Van Ackeren à pouvoir établir une forge n° 20 rue des Alouettes. De correspondentie gebeurde nog in het Frans. Er komt geen bezwaar: aucune opposition n’ a été faite par le voisinage. Accordé Coll. 2 avril 1880. Het college geeft dus toestemming op 2 april 1880. Er zijn natuurlijk wel bepaalde voorwaarden. Die worden zowel in het Frans als het Nederlands vermeld.

De smidse zal gevestigd zijn in het gebouw gelegen tegen het hof; dit lokaal zal van eenen steenen vloer voorzien zijn en al het zichtbare houtwerk zal bezet worden. Eduardus tekent op 5 april 1880.

Er kwamen dus geen bezwaren van de buurt; dat is dus de Joodse buurt van Antwerpen en Eduardus en zijn smidse worden zelfs vermeld in bepaalde Joodse uitgaven.

We weten heel wat over Eduardus: we kunnen hem volgen van de wieg tot het graf. Er zijn foto’s en we weten zelfs hoe groot hij was.

Hij wordt geboren te Antwerpen als Eduardus Van de Wal op 14 april 1854 om 1 u en op 29 juni gewettigd bij het huwelijk van zijn ouders en vanaf dan is het dus Eduardus Van Ackeren.

Bij de loting trekt hij het nr. 708 en moet soldaat worden: 19.maart 1874. Hij wordt echter vrijgesteld door art. 29 als steun voor een weduwe op 15 mei 1874. Zijn vader is nl. op 3 april van dat jaar gestorven. Door de loting weten we dat hij 1m 67 groot is!

Het jaar daarop huwt hij, nl. op 17 juli 1875 met Maria Ludovica De Mol. Ze krijgen 8 kinderen, waaronder Henricus, die naar Amerika zal vertrekken (zie blog) en mijn bompa Dominicus Van Ackeren.

Bij een smidse denk ik normaal aan vuil werk. Het was waarschijnlijk wel hard werken, maar ze zaten er goed voor en lieten zich fotograferen als deftige burgers en daar hoorden ook honden bij: grote en naarmate men ouder werd kleinere.

De smidse zal toch niet zo ongezond zijn, want het echtpaar kan zijn 50ste huwelijksverjaardag vieren. We weten zelfs wat ze gegeten hebben en er is ook een prachtige familiefoto gemaakt.

Eduardus sterft op 5 oktober 1925 en Maria Ludovica volgt hem op 8 oktober 1932.

Ik zei al dat we hem kunnen volgen van de wieg tot het graf. Inderdaad ik kan hun graf bezoeken. Ze liggen begraven op het Fredeganduskerkhof te Deurne B:04

Zo was het liedje van ons smidje uitgezongen!

Ontslag door ansjovis en drank

Eén van mijn voorvaders was “employé de l’octroi”, een soort beambte bij de stedelijke belastingen. Daar wou ik wel iets meer over weten en ik vond heel wat sappige details in het Modern archief in het stadsarchief, “Felixarchief” in Antwerpen. Vooral de evaluaties over de sollicitaties en het werk van de beambten waren boeiend.

Mijn voorvader, Guilielmus Jacobs, wordt definitief aangesteld op 5/3/1832 en wordt ontslagen op 4/1/1838. Alle correspondentie is dan nog in het Frans. We vernemen zo dat hij soldaat geweest is, dat hij passementwerker is en dat zijn broer al werkt bij het octrooi.

  • 21/11/1831: voorstel van Ullens: de nommer un surnuméraire de plus dans la personne de Sr. Jacobs Guillaume. Cet individu a servi dans l’ex 15e division, il est passementier de profession, et frère de notre employé André Jacobs et il accepterait une nomination provisoire et intérimaire. 
  • 22/11/1831 : nomination de Jacobs Guillaume surnuméraire temporaire
  • Nommé définitivement 5/3/1832
    • Commissionné et assermenté :  9/3
    • Installé et salarié : 10/4
    • 3 ième classe : 11/9/1832
  • Révoqué : 4/1/1838

Natuurlijk wou ik weten waarom hij ontslagen werd en … zelfs na bijna 2 eeuwen kan dat nog ontdekt worden. Het is namelijk uitgebreid gedocumenteerd in een verslag: Rapport sur des voies de fait entre Guillaume Jacobs et Joseph Ceulemans, le premier Employé de 3e classe, le second surnuméraire salarié 3/1/1838

In het kort komt het hier op neer: een ondergeschikte van Guilielmus moet een partij ansjovis van de Rode Poort naar de Vrijdagmarkt brengen. (Als stadsgids van Antwerpen kan ik die weg dus ook nog altijd volgen!). Mijn voorvader lokt hem twee cabarets binnen en bij aankomst op de Vrijdagmarkt is er ansjovis te kort. Ze krijgen beiden een vermaning en een boete van 3 Fr.

Ceulemans avait été chargé de transférer de la porte rouge au marché du vendredi un pot d’anchois. Mais au lieu de l’y porter directement d’après l’ordre qu’il avait reçu, il s’est laissé entrainer par Jacobs successivement dans deux cabarets différents. Je n’ai pu éclaircir, si c’est dans un de ces endroits ou bien si c’est dans la rue que la quantité de ce poisson a subi une diminution : mais il est hors de doute, qu’il en est arrivé environ un kilo et demi en moins au marché du vendredi qu’il n’en est parti de la porte.

Je leur ai vivement reproché leur inconduite et je les ai punis l’un et l’autre d’une retenue de trois francs.

Ze hebben hun lesje echter niet geleerd en het verhaal gaat verder aan de Slijkpoort. Mijn voorvader raakt Ceulemans aan en deze trekt zijn sabel! Gevolg: beiden worden ontslagen.

Mon devoir m’impose l’obligation de vous faire rapport d’une scène scandaleuse qui s’est passée partie dans l’ambulance près de la porte de Slijk, partie à la rue, entre deux employés de mon administration, le Sr Guillaume Jacobs Preposé de 3e Classe et le Sr. Joseph Ceulemans, surnuméraire salarié.

Jacobs était le chef de porte, c’est lui qui pour une désobéissance de Ceulemans a mis le premier la main sur la poitrine de son subordonné.  Mais en revanche c’est Ceulemans qui a poursuivi Jacobs le sabre au clair

Boeiend verhaal! Maar ook door het ontslag kom ik nog meer te weten over mijn voorvader. Hij bleek al een drankprobleem te hebben; zijn vrouw en broer waren al verwittigd dat het zo niet verder kon. Het ontslag is niet zo erg, want hij heeft nog zijn beroep als passementwerker en hij heeft ook een winkel in porselein en glaswerk (iets dat ik anders niet te weten gekomen was). Waarom hij is beginnen te drinken heb ik echter niet kunnen achterhalen!

Le Sr. Jacobs tient une boutique de faïence et de verrerie il exerce en outre la profession de passementier. Quoi que j’aye eu pour lui des bontés toutes particulières, il s’est adonné à la boisson depuis deux ans et demi. Pendant ce laps de temps j’ai été obligé de le punir six fois à cause de séjour au cabaret pendant son observation, d’ivresse et d’incapacité de service sans compter toutes les fois qu’il a été trouvé endormi à son poste par suite de libations trop abondantes.

Zoals je ziet kan het Modern Archief ons nog heel wat leren over onze voorouders en onze stamboom wat extra kleur geven. We zullen Guilielmus later nog eens volgen!

En edde ga meubele …?

Dit is de titel en beginzin van een Antwerps liedje: ” En heb je meubelen, en heb je huisgerief dan kan je trouwen met je lief!”

Het lief in kwestie: Francisca Catharina Donders
(wel op latere leeftijd: doodsprentje)

Ik wou een huwelijksakte bekijken en stootte plots op een vroegere datum en … zo kreeg ik een heel aparte inkijk in het leven van mijn overgrootouders.

Mijn overgrootvader, Stephanus Lauwrijssen, wou trouwen met zijn lief, Francisca Catharina Donders. Voor het huwelijk kan plaatsvinden moet er echter heel wat geregeld worden. Bij hen wat meer dan voor een gewoon huwelijk; Francisca is namelijk de weduwe van Ambrosius Lauwrijssen, de broer van Stephanus!

Overlijdensakte Ambrosius Lauwrijssen – Stephanus doet de aangifte

Vóór het huwelijk :

  • is er toestemming nodig van de koning
  • huwelijkscontract nr. 1333 bij Notaris De Duve
  • inventaris nr. 1332

Het jaar 1880 den 10de september voor ons Antonius de Duve, notaris ter verblijfplaats Antwerpen in bijzijn der nagenoemde getuigen kompareerden D’Heer Stephanus Lauwrijssen, winkelier, woonende & gehuisvest te Antwerpen & vrouwe Francisca Catharina Donders, winkelierster, woonende & gehuisvest te A., weduwe met twee kinderen van den heer Ambrosius Lauwrijssen.

Er zijn dus 2 kinderen uit het eerste huwelijk, Martinus Josephus Lauwrijssen geboren op 20 maart 1872 en Maria Anna Lauwrijssen geboren op 12/1/1875, en daarom wordt er een inventaris opgemaakt.

Tot behoeve der regten & belangen van Partijen & van alle andere wie het zou mogen aangaan, zonder daaraan op eenige wijze te benadeelen, gaat er door ons Antonius de Duve notaris ter verblijfplaats Antwerpen, bijgestaan & in de tegenwoordigheid van Alexander Constant Voncken schoenmaker en Joannes Baptista Verhaegen, kleermaker, beide woonende te Antwerpen, als getuigen, overgegaan worden ten woonhuize der rekwisante vrouwe weduwe Lauwrijssen-Donders, gestaen te Antwerpen in de Lange Ridderstraat nummer 35, tot het opmaken van getrouwen inventaris & nauwkeurige beschrijving van alle de mobilaire voorwerpen, comptante penningen, koopwaren, titels & papieren, in 1 uitschulden & verdere bescheiden, afhangende zoo van de voorschreve gemeenschap die tusschen de rekwisante & haren gezegden echtgenoot bestaen heeft als van de nalatenschap van deze laatste.

Het gebeurt niet zo gauw dat je zoveel te weten kan komen over je overgrootouders. We kunnen binnenkijken in de kamers en in de kasten! Dus laten we even samen op ontdekking gaan in de Lange Ridderstraat nr. 35 te Antwerpen.

In de keuken: Geschilderd keukenkasken, cuisinière & koolbak, horlogie, koffyservies in rood & wit porselein, moor & koperen koffypot, withouten tafel & drij biezenstoelen, ronde koperen marmit, blikken ketel, likeurstelsel, petroleumlamp, klein spiegeltje, soepterrine, twee bierpotten, eene partij tellooren, klein spiegeltje, twee vensterblindekens, twee venstergordijnen & eene partij aarde, blikken & porseleinen goed, samengeschat 126 franken 50 centiemen                                                                        Op de slaapkamer:   Geschilderde kleerkas, ronde tafel & toile cirée, klein tafeltje, twee fruitstelsels onder glas, zes stoelen gedekt in strooi, bedbak, strooizak, zeegrasse matras, haire dito, twee oorkussens, sargie en sprei, bedbehangsel, spiegel met zwarte lijst, lavabostelsel, twee venstergordijnen & stores, carpet, twee likeurstelsels, twaalf wijnroomers, bierkaraf & twaalf glazen, theservies in porcelein, drij dejeunertassen, melkpot, twaalf tassen & kopjes, soepterrine & zes platte & diepe tellooren, spiegel met vergulde lijst, samengeschat 250 franken                                                                 Op de slaapkamer langs achter: Geschilderde bedbak, zeegrasse matras, strooizak, twee pluimen kussens, mahoniehouten kommode met marmeren plaat, geschilderde kommode, drij vazen, vogels onder glas, spiegel met zwarte lijst, vier venstergordijnen & twee stores, karpet, ijzeren wieg, groep onder glas, twee kandelaars, samengeschat 111 franken 50 centiemen                       Op den zolder: Twee koffers, ijzeren bedbak, drij ledige manden, nachttafeltje & kinderstoel, twee venstergordijnen Samen geschat 8 franken, 25 centiemen  

In den winkel: Toog en schabben geschat 75 franken                                  In den kelder: Stootwagen geschat 35 franken                             Juweelen: Gouden manshorlogie 1 ketting, drij gouden ringen, een paar oorbellekens, samengeschat 127 franken

Huishoudend lijnwaad: Zes paar bedlakens, zes fluwijnen, twaalf cotonette fluwijnen, twaalf handdoeken, drij tafellakens, twee witte spreien, drij katoene & twee wolle sargien Samengeschat 40 franken                Kleederen der verzoekster: Zijden kleed, vier stoffen kleederen, twaalf paar koussen, vier witte broeken, zes hemden en verder kleergoed, samengeschat 115 franken                                                          

Een plezante inkijk: er was heel wat voorzien om te drinken, ook op de slaapkamers: koffieservies, likeurstelsels, wijnroemers, bierkaraf. Ook was er een onderscheid in kwaliteit van matrassen, fluwijnen, lakens, spreien en sargien. Spiegels waren er ook genoeg, in het groot en in het klein. Francisca had een zijden kleed, waarschijnlijk voor ’s zondags en ze wisselde vaker van hemd dan van broek!  

Het is waarschijnlijk al te laat om nu nog naar de grond te gaan kijken die ze nog in Rijkevorsel hadden: “een perceelgrond te Rijckevorsel groot ongeveer zestig aren wijk H deel van nr 374 ten westen aangekocht bij akt gepasseerd voor notaris Van Regemorter te Hoogstraten op twee en twintig augustus 1870“.   

Ze huurden het huis, want bij de passiva wordt vermeld dat ze nog verschuldigd zijn “aan Louis Peeters-De Clerck voor huishuur tot een mei achttienhonderd zeven en zeventig volgens overeenkomst tusschen hem & haren aflijvigen man aangegaan eene som van negenhonderd vijf en zeventig franken.”            

De inventaris leert ons dus heel veel. We vernemen ook dat er al één kind gestorven is  en dat de 2 kinderen nog recht hebben op erfenissen van hun grootmoeder, Anna Van Staeyen en hun overgrootmoeder, Weduwe Ambrosius Van Staeyen. Hun grootvader Guillielmus Lauwrijssen leeft nog.                  

En wil je iets meer weten over begrafenisondernemers en begrafeniskosten: bij de passiva is er een rekening voor de begrafeniskosten van de aflijvige in deze aan De Winter verschuldigd was eene som van twee honderd veertig franken.         

Slotsom: er waren meubelen en er was huisgerief bij de toekomstige bruid!

Moederkes

Moeke, zo’n mooi Vlaams woord; “moederken” al bezongen door Guido Gezelle.

We dragen onze moeders hoog in het vaandel. In Antwerpen hebben we zelfs onze eigen Moederkensdag op 15 augustus met Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart.

In de genealogie worden moeders soms vergeten of ze zijn moeilijk op te sporen, alhoewel ze heel belangrijk zijn. Tijdens de wandeling in de Joodse buurt van Antwerpen vraag ik “Wanneer ben je Jood?”; het antwoord luidt: “als je een Joodse moeder hebt” en dan verwijs ik graag naar de Engelse taal: “Mother baby, father may be!”

Nu echter lanceerde men een DNA-project om de moederlijn op te zoeken en verder uit te bouwen. Dit is het project MamaMito: https://mamamito.be

Natuurlijk deed ik daar graag aan mee: men moest zijn voormoeders opzoeken en geboorte- of doopbewijzen, huwelijksakten en overlijdensakten bezorgen. Mijn voorouders werden aanvaard en zie hier mijn persoonlijke MamaMitodocument

Van Ackeren Josephina Hendrika

Ons moeke

° 03 10 1913 Antwerpen

+ 31 03 1995 Antwerpen

Jacobs Joanna Carolina

Geboorte Joanna Carolina: de bomma

° 15 08 1882 Antwerpen

+ 23 12 1960 Deurne

De Cleir Maria Theresia

Geboorte Maria Theresia: overgrootmoeder

° 05 06 1841 Antwerpen

+ 11 10 1905 Antwerpen

Dolphijn Maria Joanna

Geboorte Maria Joanna: betovergrootmoeder

° 06 08 1815 Antwerpen

+ 12 11 1876 Antwerpen

Van den Bosch Joanna Maria

doop Joanna Maria: oudmoeder

° 11 04 1784 Antwerpen

+ 27 03 1841 Antwerpen

Beyers Joanna

Overlijden Joanna: oudgrootmoeder

° 1748 Roermond

+ 03 02 1836 Antwerpen

Langs de moederkes klim ik van mijn moeke tot aan mijn oudgrootmoeder, dus 6 generaties van vrouwen die zorgden voor hun kinderen met vallen en opstaan, in moeilijke tijden, met soms moeilijke geboortes en ook overlijdens van jonge kinderen. In hun gezin hadden zij de zwaarste taak. Dank aan al die moeders voor hun inzet. Zij en hun namen zijn even belangrijk als die van hun echtgenoten en vaders!

Van elk van deze voormoeders heb ik de geboorte of doop, het huwelijk en het overlijden, behalve van Joanna Beyers of Van Beyern. Ze zou van Roermond komen en er geboren zijn rond 1748. Ze is in Antwerpen gehuwd en er gestorven.

Ik ben nog steeds op zoek naar die verre voormoeder!

Internationale zoektocht naar een Franse soldaat in de Nederlanden

Op 27 juli 1757 trouwen mijn voorouders Andreas Van der Vorst en Anna Maria Odrijn in Antwerpen in Onze Lieve Vrouw Noord.

In onze prachtige huidige kathedraal waren er vroeger 2 parochies, Noord en Zuid. Iemand vroeg me ooit hoe dat georganiseerd werd voor de dopen. Na navraag kreeg ik volgend antwoord: In 1614 wordt de doopkapel heringericht onder de noordertoren. Deze doopkapel wordt binnenin gescheiden door een ‘scheidingswand’ die  over de doopvont loopt; de kapel heeft ook 2 ingangen, apart voor de beide parochies. Deze toestand blijft naar alle waarschijnlijkheid ongewijzigd tot aan het Concordaat van Napoleon met de Heilige Stoel wanneer de parochies hervormd worden.

Nu terug naar ons huwelijk. Eén van de getuigen is haar vader Antonius Odrijn. Anna Maria was gedoopt in de Sint-Jacobskerk in Ieper in 1756. Ook in de overlijdensakte staat Ieper vermeld.

Overlijdensakte Anna Maria Odrijn Antwerpen

Ja, probleem, daar stopte het, want zoals iedereen weet werd Ieper zo goed als volledig verwoest in W.O. I. Praktisch alle archieven werden vernietigd. Ik had wel de namen van haar ouders Antonius Odrijn en Maria Mariën, maar geen verdere gegevens.

Een hele tijd later ontdekte ik dat Andreas getuige was bij een huwelijk, nl. dat van Joanna Catharina Oderijn en Cornelius Josephus Mees op 17 oktober 1769. De andere getuige was haar vader, Antonius Oderijn. De naam was iets anders, maar dit was duidelijk een zuster van Anna Maria. Dan kwam de grote ontdekking: ze was gedoopt in Borsbeek en haar vader stond bij de doop geboekstaafd als “Antony Audrin“. Waarschijnlijk een té moeilijke naam voor de Nederlanden, want we vinden hem in talloze varianten terug, zelfs meerdere vormen voor dezelfde persoon. Nog interessanter was de wat moeilijk leesbare aanduiding:

doop Joanna Catharina Audrin Borsbeek

filia Antoni Audrin militis legionis pypobalustarum (?) walonum in servitio hollanderum!

Antonius was dus een Franse soldaat in Hollandse dienst en hij trekt rond met het leger. Het koppel krijgt nog een kind in Doornik en wie weet misschien zijn er nog kinderen in andere garnizoensplaatsen. Daarna vestigen ze zich in Antwerpen en er volgen nog kinderen. Bij één van die dopen wordt vermeld dat Antoine geboren werd in Pézenas in de Languedoc. Dus verder op zoek. Langs Geneanet had ik contact met 2 Audrins: Antoine in Zwitserland en Jean-Luc in Pézenas. Zij waren zeer enthousiast en gingen mee op zoek. Ik heb dan ooit zelf een reis geboekt naar de Languedoc en ondanks moeilijkheden in verband met de vrije dag – die eerst verplaatst werd en dan afgeschaft! – kon ik toch een dag doorbrengen in Pézenas, prachtig stadje, o.a. bekend door Molière en … ik kon Jean Luc ontmoeten en samen hebben we gegevens uitgewisseld en het stadje bekeken. De familie was belangrijk in Pézenas en zou oorspronkelijk uit Bretagne komen.

De internationale zoektocht naar Antoine Audrin was begonnen. De 2 Audrins doopten mijn Audrin al vlug tot “Antoine, le Hollandais”. Ik ben trouwens ook hun Hollandse verwante, alhoewel ik in Belg ben. Ook in Nederland langs de Yahoo-groepen werkte men mee aan het onderzoek naar de regimenten.

Uiteindelijk kwam Jean-Luc tot dit besluit in verband met zijn loopbaan:

Bonjour, Lieve, Antoine, Yves, Antoine AUDRIN, dont il est question, fils de Jacques Maître tonnelier & de Marie Martel est né le 12 novembre 1726 à Pézenas.Vers 1742/1743 a 17 ans il est certainement tiré au sort (ordonnance royale de 1726) afin de former les milices composant les bataillons regroupés en régiments. ( 6éme Dragon du Languedoc )
Les régiments de grenadiers royaux, formés de 1742 à 1745 avec les régiments provinciaux dont le 11éme du Languedoc (12éme de Montauban, 42éme de Montpellier, et 43éme d’Alby) participeront à la guerre de succession d’Autriche, declarée par Louis XV.

En 1743 ces régiment royaux en service en Hollande seront sous le commandenent du Colonel Mattha Van Byllandt . La carriere militaire d’Antoine se déroule donc dans le Brabant Hollandais, – 1743 au 3ème Rgt des Dragons, puis au 2éme bataillon du Rgt Walen Van Nassau, et enfin en 1756 au Rgt des Grenadiers sous commandement du Colonel Théodore Marie de Carmin de Lillers, à Ypres. Colonel du Rgt des Grenadiers Wallons au service de la république des provinces unies en 1743. Le Colonel de Lillers devient Lieutenant géneral des armées en 1758.

Genealogie is dus ook heel interessant om de kennis van de geschiedenis bij te schaven.

Dus dit deel van mijn opzoekingen was afgehandeld, dacht ik. Maar … er kwam nog een vervolg. Op zekere dag was ik op zoek naar mijn Noord-Brabantse voorouders in het archief van Breda. Ik was het zoeken naar bepaalde namen beu en typte “Audrin” in de vaste overtuiging dat ik daar niets zou vinden. Groot was mijn verbazing toen er toch iets tevoorschijn kwam. Door een stom toeval vond ik het huwelijk van Antoine en Anna Maria in Oudenbosch!

huwelijk Anthonius Audrin met Anna Mariën in Oudenbosch

Oudenbosch of Vetera Sylva was een garnizoenstad. Het onleesbare woord van de doopakte is hier duidelijker: pypobolista, dat zou een aanduiding zijn voor arquebusier of kolvenier. Ook bij ons waren de kolveniers zeer belangrijk. De burgemeester van Antwerpen, Nicolaas Rockox was deken van de gilde en bestelde de prachtige Kruisafname uit de kathedraal bij Rubens!

Onze Antoine komt dus in Antwerpen wonen. Hij sterft er op zaterdag 20 september 1794 om 20 u. en wordt begraven op maandag 22 september 1794 (OLV Noord).  Antoine werd 67 jaar, 10 maanden en 8 dagen.

Over zijn enige (?) zoon heb ik spijtig genoeg niets meer kunnen vinden, geen huwelijk, geen overlijden. (Iemand laten sterven is één van de moeilijkste zaken in genealogie!).

De naam leeft echter verder langs een dochter, maar weer in een verbasterde vorm: Odderij!

The Cooking Contest

Wie had ooit gedacht dat mijn eerste blog er één zou zijn over een kookwedstrijd en dan nog één van de scouts, terwijl wij altijd Chiromeisjes waren!

Deze foto vertelt echter iets over één van mijn moeilijkste zoektochten in de genealogie. Een oom van mijn moeder ging samen met zijn vrouw en zijn dochter naar Amerika. Hij vertrok vanuit Liverpool en dankzij Ellis eiland kon ik hem terugvinden, na wat problemen met de naam. Ik kon hem volgen, naturalisatie en overtochten naar Antwerpen en terug naar Amerika met schepen van de Red Star line. Het overlijden van zijn vrouw vond ik terug. Maar hoe ik ook zocht naar zijn overlijden en naar zijn dochter, ik kon geen enkel spoor vinden. Dankzij een Nederlandse genealogiegroep vond ik uiteindelijk het graf van de dochter. Ik ontdekte dat Adolphine Joanna Van Ackeren 2 maal gehuwd was. Met haar eerste man had ze 8 dochters. Ze moest haar eerste man en 4 van die dochters begraven. Uiteindelijk werd ze begraven als Joan Fulton, dus onder haar tweede voornaam en met de familienaam van haar tweede man, waarmee ze geen kinderen had! Het probleem van heel wat landen in verband met onderzoek naar vrouwelijke voorouders; vrouwen nemen de naam van hun man aan. Vanuit feministisch standpunt is dat helemaal fout!

Deze oude krantenfoto toont ons Adolphine, nog niet gehuwd en dus nog met haar eigen naam als deelneemster aan een “cooking contest”, dat ze met haar scoutsploeg won. Het krantenartikel werd opgestuurd naar mijn nicht, die een generatie ouder was als ik. Het kruisje duidt aan wie Adolphine is. Mijn tante heeft – dat heb ik pas later vernomen – lange tijd gecorrespondeerd met de moeder van Adolphine, in het begin in het Nederlands. Als Adolphine zelf later schreef veranderde dat vlug naar het Engels. Nu heb ik – spijtig genoeg enkel kopieën – de correspondentie. Zoals vaak was er uiteindelijk geen contact meer. Maar … vanuit haar graf (contactgegevens) heb ik nu een facebook-relatie met de nog levende dochters en kleinkinderen. En… ook haar vader heb ik teruggevonden. De arme man is gestorven tijdens de blitz in 1941 en ligt begraven in Liverpool.  Straf: van daaruit vertrokken naar de nieuwe wereld om er terug te komen en er te sterven.

Nog straffer: ik weet meer over de grootouders en het geboorteland van de moeder dan de eigen dochters!



Deze oude krantenfoto toont ons Adolphine, nog niet gehuwd en dus nog met haar eigen naam als deelneemster aan een “cooking contest”, dat ze met haar scoutsploeg won. Het krantenartikel werd opgestuurd naar mijn nicht, die een generatie ouder was als ik. Het kruisje duidt aan wie Adolphine is. Pas later heb ik vernomen dat mijn tante lange tijd gecorrespondeerd heeft met de moeder van Adolphine, in het begin in het Nederlands. Als Adolphine zelf later schreef veranderde dat vlug naar het Engels. Nu heb ik de correspondentie: brieven en postkaarten, maar spijtig genoeg enkel kopieën. Zoals zo vaak gebeurt stierf het contact uiteindelijk een stille dood. Maar … vanuit haar graf heeft ze mij geholpen (dankzij de contactgegevens) en heb ik nu een facebook-relatie met de nog levende dochters en kleinkinderen. En… ook haar vader heb ik teruggevonden. De arme man is gestorven tijdens de blitz in 1941 en ligt begraven in Liverpool. 
Opmerkelijk: hij vertrok van daaruit naar de nieuwe wereld en kwam er terug om er te sterven. 

Nog straffer: ik weet meer over de grootouders en het geboorteland van de moeder dan haar eigen dochters!