Uitgelicht

Tabi Tabee

Op familiebijeenkomsten werd dit lied steeds gezongen door de broers Van der Velden en hun vrouwen en wij zongen natuurlijk mee! Het herinnerde ons immers aan de Congolese avonturen van grootvader.

Daar wou ik al lang iets meer over weten en daarom probeerde ik zoveel mogelijk bronnen aan te boren. Een oudere nicht van mijn vader, Maria Van der Velden, een dochter van nonkel Petrus kon mij meer vertellen over haar nonkel Louis, of Franciscus Ludovicus Van der Velden. Hij was erin geloot en als je dan koos voor werk in de Congo kreeg je als je terugkwam een staatsplaats. Dat klopte, want grootvader ging als timmerman naar de kolonie en later werkte hij op de Nationale Bank in Antwerpen.

Op de militielijsten werd vermeld: nr. 1781 – meubelmaker – actuele residentie van vader Marten: Antwerpen – beroep vader: schaapherder – goedgekeurd bij afwezigheid 9/4/1907.

Ik zou meer over hem kunnen vinden in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel. Dit werd een echte lijdensweg: telkens ik naar Brussel moest voor een vergadering, en ik had nog wat tijd over, probeerde ik naar dat archief te gaan. Het verhuisde echter altijd.  En dan … was er een herfstvakantie: ik had thuis nagekeken en het archief zou open zijn. Ik ging dus naar Brussel, kwam op het bewuste adres en het was weer verhuisd: ik telefoneerde en ja, het was open. Ik ging vlug naar het nieuwe adres, waar het nu nog gevestigd is: FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Karmelietenstraat 15 1000 Brussel. Daar aangekomen was er een hoge balie waarachter 3 dames zaten. Ik zei dat ik voor het archief van Buitenlandse Zaken kwam, waarop ze plechtig antwoordden dat het niet geopend was. Ik protesteerde nogal heftig; sprak over mijn lijdensweg en dat het de zoveelste keer was dat ik speciaal vanuit Antwerpen kwam. Ze hadden medelijden en vroegen me of ik misschien iets kon doen met de Bibliotheek van Afrika, want die was open. Ik wou daar dan wel eens een kijkje nemen en ik heb er dan al heel wat gevonden. Een paar jaar later ging ik nog eens terug; ik dacht enkel in de bibliotheek binnen te kunnen, maar aan de balie antwoordde men bevestigend op mijn aarzelende vraag of het archief misschien open was. Er werd getelefoneerd en een verantwoordelijke kwam mij halen. We gingen door allerlei gangen, stopten bij een vestiaire waar ik alles buiten mijn schrijfgerief moest achterlaten en dan vroeg de man naar mijn toelatingsbewijs. Dat had ik natuurlijk niet. Toen hij vernam hoeveel informatie ik reeds over grootvader had vroeg hij me de gegevens te noteren. Men zou het dan opzoeken en mij bezorgen. Ik twijfelde daar natuurlijk aan, maar na enige tijd kreeg ik inderdaad de juiste informatie! We kunnen zijn verblijf dus helemaal volgen.

Officiële documenten van grootvader in Congo

Dit zijn de officiële papieren: alles is in het Frans opgesteld, maar die taal is door hem blijkbaar niet gekend. We kennen de dokter die hem onderzocht en de naam van de vriend die voor hem instond. Hij is schrijnwerker (menuisier) en heeft al bij verscheidene bazen gewerkt en hij heeft ook een beroepsexamen moeten afleggen voor hij kon vertrekken.

De rest van de officiële informatie volgt later, want nu kunnen we ook de gegevens gebruiken die ik in de Bibliotheek van Afrika vond.

Het eerste wat ik er kon raadplegen waren de officiële jaarboeken van het Ministerie van Koloniën.

In de “Annuaire officiel Ministère des colonies” van 1910, 1911 en 1912 vond ik grootvader terug.

Hier volgen de gegevens van 1911:

Nr. 41 Van der Velden François-Louis, date de la nomination : 16 juin 1910 – de l’entrée en service : 16 juin 1910 – de naissance : 23 jan 1887 – charpentier – District de l’Uélé : chef-lieu : Niangara – commissaire général : Bertrand – Adjoint supérieur : de Meulenaere –       Zone Bomokandi – service des travaux publics : charpentier : Vandervelden

Nadat ik de jaarboeken doorzocht had vond ik er ook een weekblad: “La tribune Congolaise”. Dit zeer interessante blad werd uitgegeven van 1908 tot 1940 (soms staat er de aanduiding “d’Anvers” bij) en van 1916 tot 1918 verscheen het in Londen.

Dit was zeer boeiende lectuur en het verschafte een pak aan informatie, zoals u vlug zal merken.

Uit de officiële documenten weten we dat grootvader voor 3 jaar aangesteld wordt als timmerman (charpentier). Hij treedt in dienst op 16 juni 1910 en vertrekt met de Mandingo (Léopoldville is doorgehaald en vervangen) op 18 juni 1910.

Dat wist ik al door dat weekblad en ik wist zelfs waarom hij met de Mandingo vertrok: De Leopoldville lag in de droogdokken.

In de editie van 25 juni 1910 (was al aangekondigd in de gazet van 9 juni) lees ik:

Départ du Mandingo

’s embarqueront ce matin à 10 heures à bord du steamer Mandingo – l’ancien Philippeville – qui remplace la malle congolaise Léopoldville allée en cale sèche,

Van der Velden – 2ième classe: Min. des Col. charpent., 18 juin 1910

Louis vertrok dus op zaterdag 18 juni 1910 om 10 uur en dat vertrek verliep niet onopgemerkt want “Une vibrante “Brabançonne” a salué le départ.” 

Léopoldville gebouwd in 1897: niet voor de heenreis, wel voor de terugreis

Op 9 juli komt hij aan in Boma. Dankzij de krant kunnen we hem volgen en weten we waar hij naar toe gaat.  Op 27 augustus lezen we immers het volgende:

Designations

Les agents dont les noms suivent ont quitté Boma au commencement du mois de juillet pour rejoindre le district pour lequel ils ont été désigné par Monsieur le Gouverneur-général

Vandevelde Charpentier désigné pour la zone Gurba-Dungu

Dit ligt in de Uélé, het NO van Congo. Het is er op dat ogenblik zeer onrustig, dat vernemen we ook weer in de Tribune:

22/10/1910 : Lettre de l’Uélé

C’est au village de Lungu en juin dernier que le fameux Boyoko, accompagné de ses fils et de plusieurs chefs sous sa dépendance est venu trouver M. le commissaire du district Bertrand et lui a offert la paix à condition que lui, sa famille et les six principaux vassauxne soient pas inquiétés dans l’avenir et qu’ils soient autorisés à s’installer définitivement dans la région pour y travailler au bien-être général.

Il y a quelques années à peine que Boyoko était encore tout puissant ; il exerçait un grand ascendant sur les populations Avongara et Monru qui comptent plusieurs milliers d’individus.

3/12/1910 : Lettre de Boma : on se bat dans l’Uélé

Lettre de Léopoldville : La situation politique est actuellement assez troublée dans le Nord du district de l’Uélé et plus spécialement dans le territoire de la zone Gurba-Dungu. Une colonne de 150 soldats sous le commandement du capitaine de la Force Publique Jobé et encadrée de 6 officiers et sous-officiers a quitté Boma le mois dernier à destination de l’Uélé. Cette troupe aussitôt arrivée à Dunga sera complétée à l’aide d’effectifs pris dans les divers camps d’instruction du Haut-Congo, de façon à arriver à former une colonne se composant de 300 soldats.

Ook het einde van zijn Congolees avontuur wordt aangekondigd in het weekblad

25/1/1913 : Par arrêté ministériel en date du 23/12/1912 M. Van der Velden F.L., charpentier, est relevé de ses fonctions pour raison de santé.

Door mijn opzoekingen in de bibliotheek had ik zo de nodige wapens verzameld om uiteindelijk die officiële papieren te verkrijgen! Zoals je kan zien is het zeer gedetailleerd!

We kunnen ook hier heel zijn reis volgen: op 7 september 1910 begint hij dan in Niangara. We weten zelfs hoeveel hij verdiende: uiteindelijk 6.500 fr.

Op moederkensdag 1912 vertrekt hij in Boma met de Leopoldville en hij is dus terug in Antwerpen in verlof op 2/9/1912. Ook die zaken worden aangekondigd in de Tribune! (Het doet me een beetje denken aan de radioberichten voor en over zeelieden vroeger!) Hij krijgt zijn étoile de service of dienstster op 3/10/ 1912 en laat onmiddellijk bij Van Boghout in de Kammenstraat een foto maken in vol ornaat! Hij schrijft zelf de datum 8/10/1912 op de kleine foto. Op een grotere staat hij nog plechtiger afgebeeld en hier staat de datum op de achterkant!

Hij tekent bij en wil de 10 jaar voltooien. Hij koopt zelfs een nieuw plan van Belgisch Congo voor 1,5 fr. Op het plan staat onderaan het koninklijk besluit van 28 maart 1912 vermeld, dus gekocht na die datum, en hij plaatst er zijn handtekening op!

Plan van Belgisch-Congo

Ziekte verhindert hem om de voorgestelde termijn van 10 jaar in de kolonie te voltooien. Hij krijgt een pensioen van 2700 fr. op 28 april 1913. Dat zal goed van pas komen want op 26 mei 1913 stapt hij in een andere boot, deze keer niet de Mandingo of de Leopoldville, maar het huwelijksbootje dat hij zal delen met zijn buurmeisje Angelina Francisca Coleta Lauwrijssen, onze grootmoeder. De huwelijksakte vermeldt dat zij winkelierster is en hij is zonder beroep.

Dat hij veel belang hechtte aan zijn koloniale periode staat buiten kijf. Kijk maar even naar zijn doodsprentje: oud-koloniaal en ook de Dienstster staat vermeld.

Hij werkte dus in Gurba-Dungu en Niangara. Zoals u kon lezen een gebied waar de Zande (mv. Azande) woonden; ze zijn verwant met de Mangbetu. Beide volkeren hebben een Soudanese oorsprongen en zijn een verzameling van verscheidene volkeren. Ze hadden een hofcultuur en waren zeer goed georganiseerd.  In een boek van het Koninklijk Museum van Afrika in Tervuren over de Uele worden ze vermeld: les peuples de souche soudanaise : les Azande qui occupent l’ensemble du territoire de Dungu et une partie de celui de Niangara ; les Mangbetu qu’on trouve dans les territoires de Niangara et de Rungu. Bij mijn bezoek in het oudemuseum (voor de vernieuwing) herkende ik direct het schild en de messen bij de Zande.

Ook in de tentoonstelling 100 x Congo in het MAS hoort de kunst van de Zande bij de 100 blikvangers. Daar worden ze zo aangekondigd: De Zande in Noordoost-Congo en de aangrenzende regio’s in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan zijn geen Bantoe volk, zoals de meeste Congolese volken. De hofkunst van de Zande leverde tal van artistiek uitgewerkte voorwerpen op: bellen, pijpen, dozen, lepels, messen en muziekinstrumenten. Vaak zijn die versierd met een hoofdje. Snaarinstrumenten waren eind 19de en begin 20ste eeuw zeer verspreid bij de Zande. Vijfsnarige harpen dienden als begeleidingsinstrumenten bij lofzangen voor chefs of liefdesliederen.

Mangbetu zijn ook gekend voor hun kunst, vooral beeldhouwwerk: hun schoonheidsideaal is een verlengde schedel of ooit mooier omschreven als “la tête en forme de pain de sucre”.

Het koloniaal avontuur van grootvader boeide mij enorm en ook nu nog fascineert dit deel van zijn leven mij. Vele zaken herinnerden aan die tijd: het liedje Tabi Tabee en in onze “voorkamer” was er een echt eerbetoon: zijn foto en helm omringd door wapens, schild en geweien, een deel van wat hij meegebracht had uit Congo en dat na zijn dood verdeeld werd onder de broers. Ik hou dat dus in ere en heb een klein deel uitgestald en aangevuld met een Mangbetu-beeld en een Sanza: de harp van de Zande.

Een deel van de collectie van grootvader plus de Sanza (L) en het Mangbetu-beeld (R)

Uitgelicht

Wie wil er mee naar Engeland varen?

“Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken. Is er dan geen smid in ’t land die de sleutel maken kan?” Waarschijnlijk ken je dit kinderliedje nog. Nu lijkt het wel waar: Engeland is gesloten. Tijdens de eerste wereldoorlog was het anders en velen probeerden naar Engeland te vluchten, zo ook ons moeke en haar ouders!

We kunnen hun route bijna helemaal volgen, maar hoe vertrokken ze uit Antwerpen? Gingen ze over de pontonbrug? In 2014 werd deze brug opnieuw gebouwd en wij waren bij de gelukkigen die er over wandelden: een unieke ervaring. Waarschijnlijk waren bomma, bompa en de 3 kinderen echter niet zo vrolijk bij hun overtocht als mijn achterneefje Ruben!

In 2014 was het een unieke ervaring voor onze familie, in 1914 niet!

Een eerste spoor van de vluchtelingen vinden we in Amsterdam, vandaar gaan ze naar Londen en zo uiteindelijk naar Newcastle.

Uittreksel bevolkingsregister tijdelijk verblijf 1914-1918 Rijksarchief Amsterdam

Op dit document uit het “Bevolkingsregister tijdelijk verblijf 1914-1918” van het Rijksarchief van Amsterdam vinden we onze familie terug. De familie Van Ackeren-Jacobs komt er aan op 16 november 1914 en woont er eerst in Oudeschans 37. Ze gaan terug naar Antwerpen en waarschijnlijk komt enkel bomma, Joanna Carolina Jacobs, terug met de 3 kinderen, want haar geboortedatum staat vermeld. Ze wonen in dezelfde straat op nr. 7. Op de vlucht en als vrouw alleen met 3 kleine kinderen: Maria, 10 jaar, Louisa, 8 jaar en ons moeke, Josephina: ze is maar 1 jaar oud! In september 1915 reizen ze dan naar Londen.

Hoe verloopt de vlucht verder? Daarvoor volgen we het trouwboekje:

Trouwboekje Van Ackeren-Jacobs

De stempels op het boekje leren ons heel wat. Spijtig genoeg staat er geen datum bij de stempel uit Amsterdam, maar we weten al waar ze daar gewoond hebben. Op 19 april 1915 zijn ze in Londen. Vandaar gaat het naar Newcastle-on-Tyne waar ze geregistreerd worden in april 1915 (zie gedeeltelijke stempel). Het Belgisch consulaat in Newcastle zorgt voor een verblijfsvergunning. Mijnheer Van Ackeren krijgt er één op 20 mei 1916 en “madame” krijgt het hare op 9 augustus 1916. Eigenaardig! Zoals gebruikelijk reist de man eerst en zal hij alles voorbereiden! Als we het document van Amsterdam met het trouwboekje vergelijken stellen we inderdaad vast dat bompa alleen naar Londen en Newcastle gaat (wel met het trouwboekje!) want in april 1915 is er al een stempel van Londen en Newcastle en bomma en de kinderen vertrekken pas in september naar Londen!

De familie zal er verscheidene jaren in Newcastle blijven en groeit zelfs aan. Mijn oom Emile ziet er het levenslicht op wapenstilstand 11 november 2018. Een mooie beëindiging van de oorlog! Die geboorte staat natuurlijk ook vermeld in het trouwboekje. Volgens de familieverhalen was bij de terugkomst met het schip baby Emile schijndood en wou men hem al een laatste rustplaats in het water geven, maar gelukkig zag men op tijd dat hij nog leefde!

De inschrijving in het geboorteregister van Newcastle zegt natuurlijk meer; ik kende het nr. (10B/82) al lang, maar voor 7 € kreeg ik op 2 dagen tijd de scan toegestuurd!

Geboorte-uittreksel Emiel Van Ackeren

Dankzij dit document weten we waar ze woonden, nl. in Newcastle upon Tyne in de St. Thomasstreet nr. 11. De namen van kind, vader en moeder staan duidelijk vermeld. Bompa, Domien Van Ackeren, heeft hem aangegeven op 13 november. We weten zelfs waar ze woonden voor hun vlucht, in de Provinciestraat 135 in Antwerpen. Uit het beroep kan ik niet veel opmaken: bompa was smid, metaalbewerker.

Weten we nog iets meer over hun verblijf in Engeland? Moeke blijft waarschijnlijk gans de tijd in Newcastle bij bompa en bomma. Bompa werkt er en bomma zorgt voor het huishouden en geraakt dus ook nog in verwachting. Ons moeke had altijd spijt dat ze het Engels niet onderhouden hadden na hun terugkomst in Antwerpen, want ze kon al heel goed haar plan trekken! Haar zussen verbleven echter elders.

Maria en Louisa waren samen met hun nichtje Adolphine (die naar Amerika gaat: zie eerste blog) in een Belgisch huis “Belgian Childrens’ home” in Aldeburgh. Daarover hoorde ik enkele jaren geleden voor het eerst iets van mijn oudere nicht, Jeannine Cocquart. In de Red Star Line zochten ze toen documentatie over vluchtelingen in Engeland en daarom wou ik iets meer weten over mijn familie tijdens de oorlogsjaren. “Jeannineke” wist er meer over: ze had postkaarten. Nog jaren later werd er gecorrespondeerd met één van de opvoeders!

En misschien maken jullie ook graag kennis met de opvoeder in kwestie, de heer Fisher!

De familie Van Ackeren-Jacobs keert uiteindelijk terug naar Antwerpen. (De smid kon de sleutel maken!). Emile zal hier ingeschreven worden als Emilius Philomena Maria Van Ackeren. Hij wordt gedoopt in de Sacramentskerk en Berchem en … met goed gevolg ingeënt op 10 april 1922. (Dat leren we uit het trouwboekje). Er komt later nog een broertje bij.

De familie Van Ackeren-Durinck daarentegen zal emigreren. Henri, Jeanne en hun dochter Adolphine vertrekken in 1915 vanuit Liverpool met de St. Louis naar New York en vestigen zich daarna definitief in Amerika. Zij blijven jaren corresponderen met mijn tante Maria en ook die kaartjes en brieven waren in het bezit van mijn nicht Jeannine. Daarover later meer.

Een oorlog, een vlucht en al of niet terugkeren naar het vaderland kan een heel leven veranderen en dus ook invloed hebben op het nageslacht!

Uitgelicht

Hallelujah, Praise the lord: het afscheid

Elk afscheid is de geboorte van een herinnering“: met deze woorden van Salvator Dali sluit ik de blog over kerkelijk leven af. Vandaag is het 1 november, Allerheiligen: we gaan dan naar de kerkhoven en herdenken onze doden; nu met corona wil ik op deze manier het afscheid herdenken.

Er is een hele evolutie in bidprentjes: we beginnen bij 2 overgrootmoeders langs de Van der Veldenkant: Francisca Catharina Donders en Paulina Scheers. Ze waren beide sterke vrouwen, letterlijk en figuurlijk: dit wordt zelfs op het prentje van Paulina vermeld. Ze overleefden hun echtgenoot – Francisca zelfs 2 – en kregen elk 7 kinderen! Alhoewel Francisca vroeger stierf is er al een foto: aan haar kledij herken je duidelijk haar kempische roots. De tekst op de achterzijde van de prentjes is zeer godvruchtig en men kan nog 300 dagen aflaat verdienen! (zo lang na Luther!)

Onze grootouders hebben we nog gekend: grootvader Franciscus Ludovicus Van der Velden en grootmoeder Angelina Lauwryssen. Er komt al een aankondiging in de krant. Foto’s, met voor grootvader aan de voorkant al alle belangrijke zaken: een kort overzicht van zijn leven en ook van zijn kerkelijk leven. Op de achterzijde blijft het godvruchtig en er vallen nog altijd 300 dagen aflaat te verdienen. De begrafenisondernemer Heiremans zal de laatste tocht van vele familieleden begeleiden.

Aankondiging overlijden grootvader

De begrafenis van grootmoeder hebben wij, de kleinkinderen, bewust meegemaakt. Het huis in de Florastraat 35 was gepaleerd en we gingen in stoet of in processie samen te voet, en in volgorde, naar de kerk. Ik voeg de doodsbrief bij, zo kan je misschien de begrafenisstoet ontcijferen.

Doodsbrief grootmoeder

Wie loopt er in de stoet? Gebruik de doodsbrief om de familieleden te herkennen!

Van de ene familie en de ene begrafenisstoet naar de andere. Mijn oom Juliaan Jozef Van Ackeren stierf zeer jong; ik heb hem nooit gekend. Er werd een foto van het sterfbed genomen; ons moeke had zelfs een broche met zijn foto. Julien was kajotter; dat wordt extra benadrukt op het bidprentje met woorden van Jozef Cardijn en priester Poppe. Er was een indrukwekkende begrafenisstoet, zeker als men er aan denkt dat het in volle oorlog plaats vond.

Begrafenisstoet Julien Van Ackeren

De Van der Veldens waren thuis met 6 broers en 1 zuster. Maria was amper 46 jaar toen ze stierf in 1966. De broers bleven langer leven, maar volgden elkaar vlug op. Na nonkel Jos die stierf voor hij zijn 50-jarig huwelijksjubileum kon vieren in 1995 volgden Albert, Frans en Pierre elkaar vlug op in 1996.

De broers hadden een traditie ingericht: elk jaar in november was er een mis voor de overleden ouders en zuster, telkens gevolgd door een samenkomst bij één van de broers. Wij, de kinderen, gingen ook al naar die mis. Die traditie hebben we verder gezet. Bij de begrafenis van ons vake heb ik aan de familieleden gezegd “We komen nu altijd bijeen in triestige omstandigheden, laat ons ook eens plezante dingen samen ondernemen”. Sindsdien hebben we onze jaarlijkse mis, die nu al jaren in Carolus Borromeus doorgaat gevolgd door een hapje of een drankje en sinds 1996 onze jaarlijkse uitstap in mei. En gewoonlijk zijn alle takken van de Van der Velden-stam vertegenwoordigd. Dit jaar kon het niet doorgaan door corona, maar deze blog is dus een soort “digitale” herdenking. Ik sluit dus af met fotootjes van een “even samenzitten na de mis” op 30 november 2008, toen nog in de Van Dyck met voor elke tak een vertegenwoordiger. Inderdaad, elk afscheid is de geboorte van een herinnering!

Uitgelicht

Hallelujah, Praise the lord: het huwelijk

Vandaag was het de huwelijksverjaardag van mijn ouders. Ze huwden op 23 oktober 1943; daarom leek het me interessant om ook dit kerkelijk gebeuren even te benadrukken.

Huwelijksaankondiging Van der Velden-Van Ackeren

Deze aankondiging kennen jullie al, maar je merkt dat er niet alleen gefeest wordt. Het huwelijk werd ingezegend in de Parochiale Kerk van de H. Drievuldigheid te Borgerhout. Ze kregen zelfs een “huwelijkszegen” mee naar huis.

Het document heeft er heel wat jaren op zitten en er zit een scheurtje in, maar niet in het huwelijk, want zoals bij de meeste van de Van der Veldens wordt er zelfs een 50-jarig jubileum gevierd. Er wordt gefeest, maar men dankt eerst in de kerk!

Zo’n feest wordt gedurende maanden voorbereid. Dat was ook zo voor tante Maria en nonkel Jos: het feest was gepland op 14 april 1995. Ook hier was een dankmis voorzien in de kerk van de Leugenberg, maar nonkel Jos sterft op 21 februari. In de begrafenismis, en ook op het bidprentje, zal men teksten uit de “gouden dankmis” gebruiken.

De huwelijksaankondigingen worden moderner; er moet zelfs wat gevouwen en gepuzzeld worden, maar er wordt nog altijd gevierd en ingezegend in de kerk.

Huwelijksaankondiging Van Looveren-Van der Velden
2de deeltje van de puzzel van Karen en Koen

En om te bewijzen dat er inderdaad in de kerk getrouwd wordt volgen hier de huwelijksfoto’s van moeder en dochter! De moeder, mijn jongste zus Hilde vierde trouwens in september haar 45ste huwelijksverjaardag (natuurlijk zonder de rest van de familie; die vierde mee vanop afstand door corona).

De familie Van der Velden was altijd heel erg betrokken bij de parochie; we waren bij de Chiro en moeke en vake zaten in allerlei organisaties. Ook bij de andere broers was dat zo en dat verhaal, die inzet, dat sociale gaat ook vandaag verder!

Volgende blog wordt triestiger, want dan komen we bij de begrafenis. Daarom eindig ik met een plezante noot: één van de optredens van vake bij ziekenzorg.

Vake als pastoorke!

Uitgelicht

Hallelujah, praise the lord! : overgang naar volwassenheid

Alle culturen kennen belangrijke overgangsrituelen. De overgang naar volwassenheid is zeer belangrijk; die vinden we dus ook terug in het kerkelijk leven: de plechtige communie en het vormsel. We kunnen de evolutie doorheen de tijd weer heel mooi volgen.

We beginnen met de communieprentjes: mooie devote afbeeldingen voor mijn kozijn en nichtje, verschillend voor jongens en meisjes, mijn prentje versierd met kantjes en bij het prentje van mijn nichtje Karen is er al meer eigen inbreng.

Communieprentje Lieve Van der Velden 1958

Er werden foto’s gemaakt in een zelfgemaakte studio thuis of in een echte studio en er was ook een foto voor de huisdeur!

Albert en Maria Van der Velden 1931?

Toen ik mijn communie deed gingen, nee “schreden” de communicanten plechtig, als bruidjes, in processie naar de kerk. We hadden ook allemaal “een tweede dag”, nieuwe kleren voor de dag na de communie. Er was natuurlijk een feest, maar we gingen ons ook tonen aan familie en vrienden. De geschenken waren ook anders dan vandaag: tijdens een gesprek met leeftijdsgenoten kwamen we op allemaal dezelfde geschenken uit, eerst en vooral een missaal en voor de rest nuttige dingen zoals een passersdoos, lepel en vork, een bord met een godsdienstige afbeelding natuurlijk, een reisnecessaire, een “liseuse”.

De processie van de communicanten 1958

Er werd ook een officieel getuigschrift uitgedeeld: “ter herinnering aan de geloofsbelijdenis”. Ik toon er twee: een uit 1936 van mijn oom Julien, die ik nooit gekend heb en het mijne uit 1958.

Plechtige communie Julien Van Ackeren 1936
Plechtige communie Lieve Van der Velden 1958

Met die plechtige documenten eindigen we deze overgang naar de volwassenheid. Onze tocht doorheen het kerkelijk leven gaat verder in een volgende blog over het huwelijk en spijtig genoeg ook over het overlijden.

Uitgelicht

Hallelujah, praise the lord! : de jeugdjaren

Wij zijn een katholieke Vlaamse familie: in onze levensloop zijn er dan ook heel wat momenten waarop we de Heer danken. Ik heb die op een rijtje gezet; zo kunnen we ook even de evolutie bekijken. Het gaat hier over een heel mensenleven en dus is er nogal wat documentatie. Dit wordt het eerste deel: de jeugdjaren. Vandaag blijf ik heel persoonlijk: het worden dus mijn jeugdjaren in christelijke documenten en die vergelijk ik dan met het verleden en het heden.

Het doopsel

Onze eerste stap in het “kerkelijk” leven. Van onze oudste voorouders kennen we de geboortedatum niet, maar wel de doopdatum: onze oudste Van der Velden waarvan we de doop kennen is Gerardus zoon van Wilhelmus en Catharina Henrici Baltis, gedoopt in Lierop op 8 mei 1676. We kennen ook de peter en de meter.

Doop Gerardus Van der Velden

Dichter bij onze tijd hebben we niet alleen geboortekaartjes (die hebben we al getoond bij de feesten), maar ook doopkaartjes. Vandaag worden de dopen samengevoegd en is er een fijn verzorgde doopviering.

De buitenkant met verscheidene ontwerpen
Doop Lieve Van der Velden op 3 november 1946 in de kerk van St.-Jan Evangelist Borgerhout (de Peperbus)
Uitnodiging doop Jonas
Doop Jonas Van Looveren

De eerste communie

Onze volgende stap: hier merken we nog meer evolutie. Bij ons gebeurde de voorbereiding in de school met een viering in de kerk; nu zijn er georganiseerde vieringen in de parochie met inbreng van elke communicant, en hier werd de viering zelfs voorgegaan door de moeder van één van de communicanten. Je zal merken dat de foto’s ook erg verschillen!

Eerste communie Ruben Van Looveren

De plechtige communie houden we voor een volgende blog, want dat is eigenlijk al een stap naar het volwassen leven.

Uitgelicht

Oh Lieve Vrouwetoren!

Onze toren bezingen we: Voor u lieve toren blijft steeds ons hart slaan, blijf daar voor eeuwig staan. Vorig jaar vierden we zijn 500ste verjaardag.

Ook vroeger was hij geliefd en men wou er graag werken. Daarvan getuigen de sollicitaties van vader en zoon Jacobs. We kennen hen al van de blogs over het octrooi en de sollicitaties.

We starten bij de vader, Guilielmus Jacobs. Tijdens een zoektocht in het Modern Archief van het Felixarchief kwam ik zijn sollicitatie tegen. Ik dacht onmiddellijk dat hij het was, maar ik moest zeker zijn, want met een naam als Jacobs is het niet zo vanzelfsprekend. Het ging duidelijk over hem, want hij verwees naar het octrooi. Hier is zijn brief:

sollicitatie Guilielmus Jacobs voor de plaats van concierge van de toren

Hij heeft een mooi handschrift en gebruikt een degelijke taal. Wat leren we uit zijn brief?

  • Hij werkte 6 jaar bij de stedelijke belastingen (dus hij is inderdaad de man van het octrooi) en heeft een gratificatie gekregen (ondanks zijn ontslag)
  • Hij is al 13 jaar stadsklokkenluider
  • We kennen zijn adres: Wijk 3 nr. 519. Dit komt overeen met de Oude Korenmarkt nr. 29 of in de Franse tijd: Oude Koordenmarkt – Vieux marché aux cordes. Men moest immers dichtbij de kathedraal wonen als men klokkenluider was.
  • Hij moet zorgen voor de opvoeding van 7 kinderen. We kennen ze allemaal! Het waren er acht, maar 1 dochtertje sterft voor ze één jaar oud is.

Spijtig genoeg krijgt Guilielmus geen goed antwoord. Dat is de 2de keer, want ook op 4 september 1840 solliciteerde hij al eens naar de plaats van concierge. Hij voegde toen een gunstig “certificat” bij van de “Directeur des Impositions Communales d’ Anvers”. Ja, de administratie gebeurde in de Franse taal.

Guilielmus wordt uiteindelijk 76 jaar, 6 maanden en 7 dagen. Zijn zoon André is één van de aangevers van het overlijden.

Met die André gaan we verder. Hem kennen we van zijn sollicitatie voor hoofdsluiswachter. Hij had toen geen geluk; ik heb toen al vermeld dat hij later meer geluk zou hebben.

Nu solliciteert hij voor de plaats van hoofdklokkenluider of ” den man die ’s avonds de aftogtklok luid”

Ook uit deze brieven kunnen we heel wat informatie halen:

  • Hij werkt al 18 jaar aan de dienst der stadssluizen: de ruien
  • De jaarwedde volstaat niet en hij moet een andere betrekking zoeken: de klokkenluiders hadden nog een ander beroep. Zijn vader was knopmaker en passementwerker.
  • Hij heeft een zwaar huishouden: hij had 8 kinderen. Als hij de brief schrijft in 1873 zijn er al 3 kinderen zeer jong gestorven.
  • Hij verwijst nog eens naar zijn medaille voor moed en zelfopoffering.
  • Ook hij woont dicht bij de kathedraal, nl. in de Blauwmoezelstraat

Op 27 juli 1874 schrijft de heer Dens een brief naar de stadsingenieur, verantwoordelijke voor de sluizen, om te informeren naar de “oppassendheid” van André. Daarbij vermeldt hij dat André al verscheidene jaren de plaats van tweede klokkenluider vervult wanneer het nodig is den eersten te vervangen in geval van afwezigheid.

Na de aanbeveling van de stadsingenieur beslist het college op 10 augustus 1874 “Jacobs tot hoofdklokkenluider te benoemen, met aanbeveling zijnen sluisdienst niet minder wel te vervullen dan hij het hiertoe heeft gedaan”. Men heeft de brief van de stadsingenieur dus goed gelezen. Het goede nieuws wordt op 19 augustus aan André meegedeeld: “Wij hebben het genoegen U te berichten dat wij U benoemd hebben tot het ambt van meester klokkenluider. Na er nog eens op aangedrongen te hebben zijn dienst als sluistrekker niet te verwaarlozen, eindigt men met de mededeling. “Gelief U tot de Heer Dens, stadsbouwmeester, te wenden die U met uwen dienst zal bekend maken.

De toren hoort immers bij de stad, maar het is toch speciaal dat de stadsbouwmeester de verantwoordelijke is voor de klokkenluiders!

Bent u, zoals ik, ook nieuwsgierig om te weten hoe onze André zijn medaille voor moed en zelfopoffering gekregen heeft. Hier volgt zijn verslag en … ik ben ondertussen ook aan een fotootje geraakt van de held!

Uitgelicht

Wat zullen we eten?

Wij Vlamingen zijn Bourgondiërs. We feesten en eten graag, maar wat zullen we eten op belangrijke feesten. Ook dat kunnen we genealogisch bekijken.

We beginnen in 1913 met een trouwfeest, dat van grootvader en grootmoeder.

Je belooft elkaar eeuwige trouw en als je dat lang genoeg volhoudt volgt er een gouden bruiloft. Dat wordt natuurlijk uitgebreid gevierd met een feestmaal! We schrijven nu 1925 en dan vieren mijn overgrootouders langs moeders kant hun 50-jarig huwelijk.

We gaan verder in de tijd en komen bij een communiefeest: mijn plechtige communie op 5 mei 1958. Ik was de oudste en voor het feest vroeg ons moeke zelfs raad aan een radioprogramma!

Open het spijskaartje en zie wat er gegeten werd!

Zoals je kan zien werd er steeds uitgebreid gefeest:

  • Bij de bruiloft waren er minstens 5 hoofdgerechten: zowel vis als vlees, ” videekens” en vol au vent (!?) en ook veel nagerechten: ijsroom, taarten en fruit.
  • De gouden bruiloft is soberder, maar 3 hoofdgerechten, wel telkens vis en vlees.
  • Voor het communiefeest heeft ons moeke toch haar eigen keuze gevolgd: 1 hoofdgerecht: de populaire “videekens” en veel nagerechten. Ze volgt wel de raad van de radio en offreert “likeuren, cigaren of cigaretten“. Er waren verschillende spijskaartjes en alles werd eigenhandig geschreven!

Van al die “feestmalen” heb ik zowaar honger en dorst gekregen, dus ga ik nu zelf iets eten en drinken!

Uitgelicht

Op zoek naar werk: sollicitaties uit de oude doos!

Tijdens mijn zoektocht naar het octrooi kwam ik ook plaatsaanvragen tegen in het Modern Archief van het Felixarchief in Antwerpen. Ook dat was een boeiende speurtocht, zoals je dadelijk zal merken.

Sommigen richten zich rechtstreeks tot de burgemeester, zoals deze B. Desaunois op 11 januari 1845:

Mijnheer den Burgemeester,

Neemt het niet kwalijk als dat ik UE eens kom lastig vallen over een werk dat ik horen zeggen heb als dat er acht gardevils aengenomen moeten worden.

Mijnheer den Burgemeester, zijt dan zoo goet UE het opperhooft daer van is ik hoop als dat UE eens op mij wilt denken en van mij te placeren zoo het plaets heeft.

Ik blijf UE dienaer.

En dubbel leuk, je komt ook familieleden tegen. Werken bij het octrooi schijnt nogal interessant geweest te zijn en daarvoor zijn er dan ook veel aanvragen en die zijn bewaard in het Modern Archief. Zo vond ik een aanvraag van Nicolas Josephus Dolphijn op 12 april 1853. Zoals je zal merken is het Frans nog de voertaal en dat vormt een probleem; fonetisch kan het wel door de beugel.

J’ai I’onneur de vous informée que j’ai quittez le service pour haider ma mère comme elle est veuve et elle a 66 ans, et comme je ne fait metier je voudrait bien Monsieur le bourgemestre que vous auraient le complesence de me faire place comme l’octrois pour pouvoir vivre avec ma mère.

Monsieur le bourgmestre vous pouvait vous informée à. mon colonel comman je mait conduit tout le temps que j’ai servie au Regiment de ligne, et je spère que vous aurait soin de moi.

Je n’ai personne que vous pour moi bien faiterse Monsieur Ie bourgemestre et j’ai servi 7 ans comme caporal

Je demeure dans la rue de Predicateur nr. 1880

votre dévoué subordonné

Wat wordt er beoordeeld? De resultaten worden in een boek genoteerd: men houdt rekening met het beroep, militaire dienst, ouders, inlichtingen, voorspraak en onderwijsgraad. Maar ook staat er vermeld: écriture: “médiocre”, langue flamande: “passable”, langue française: “écrit, lit et parle fort peu”, arithmétique: “suffisant”.

Nicolas krijgt de job niet, maar hij wordt niet afgesnauwd. Hij trouwt wel op 7 september van dat jaar; misschien zal zijn vrouw dan voor zijn moeder zorgen!

Men moet tegen een stootje kunnen. Het zijn natuurlijk interne commentaren i.v.m. benoemingen, maar toch! Antwerpenaren worden iets gunstiger beoordeeld en vrouwen komen niet in aanmerking ook al zijn ze bekwamer dan de sollicitant. Ook voor tijdelijke schorsingen is men hard. Wat dacht u van volgende uitspraken:

  • n’a pas une mine favorable pour un employé
  • une triste expérience m’a prouvé qu’il ne faut pas choisir les employés parmi les matelots
  • … en geen verwijt verdient, dan voor eenige tegen de hollandsche spraakkunst strijdige, doch aen eenen geboren Antwerpenaar vergeeflijke misgrepen
  • sa soeur ainée possède toutes les qualités, qu’on pourrait exiger d’un receveur, et si son sexe était compatible avec l’emploi …
  • j’ai suspendu provisoirement le Sr. … dont l’argent avait obscurci les yeux, bouché les oreilles et paralysé les mains

Maar terug naar familie, nl. Andreas Jacobs, zoon van onze Guillielmus Jacobs van “het octrooi en de ansjovis”.

Andreas is sluistrekker: op 13 oktober 1857 is hij benoemd tot sluistrekker van de “onderaardsche ruien” van de stad Antwerpen. Op 15 juli 1866 solliciteert hij naar de plaats van hoofdsluistrekker.

Den ondergetekende Andreas Jacobs, wonende te Antwerpen, Kaasstraat nr. 12, neemt de vrijheid zich tot U te vervoegen, ten einde van uwe welwillendheid zich te zien vergunnen de plaats van Meester Sluistrekker der onderaardsche ruien, opengekomen door het overlijden van den Heer De Cleyn.

Hij grond zijn vraag op de volgende redenen:

  1. Hij vervuld de plaats van sluistrekker sedert het jaar 1857 zoo als blijkt uit het hier ingesloten schrift
  2. Hij geloofd gedurende de negen jaren in dienst der stad doorgebragt zich met iever gedragen te hebben.

Hij hoopt dus, Mijnheren, dat zijn vraag zal kunnen toegeslagen worden door het collegie.

Intusschen heeft hij de eer zich te noemen met den diepsten eerbied UE onderdanigen Dienaer A. Jacobs

Bij zijn brief voegt hij dus zijn benoemingsbrief als sluistrekker. Daarin had men gevraagd om “dezen dienst met veel vlijt en iever te vervullen”. Ook A. Braet, gemeenteraadslid steunt zijn vraag, maar het opvallendst is een brief van Van Niesbecq, lieutenant adjudant-major au 3e chasseurs à pied van 21 augustus 1866, die de taal van Voltaire wel beheerst..

Sans avoir l’honneur d’être connu de vous, je viens recourir à votre protection en faveur de vos sous-ordres dont le règle de conduite a toujours été l’honneur et le dévouement. Heureux d’être l’interprète d’un citoyen décoré pour sa bravoure et son humanité, je me suis rendu plusieurs fois chez vous et à l’hôtel de ville pour réclamer votre appui au sein du Collège échevinal : vos nombreux travaux m’ont empêché de vous être présenté. La mission difficile dont je suis chargé ne me permettrait, peut-être pas de longtemps, de réitérer mes instances, je prends donc la respectueuse liberté de vous adresser ces quelques lignes.

Commis depuis onze années au mouvement des écluses à Anvers, André Jacobs, quoique trop faiblement rétribué pour nourrir sa nombreuse famille, s’est acquitté, sans se plaindre et avec une aptitude digne d’éloges, de ce travail qui exige, le jour comme la nuit, tant de sobriété et d’intelligence.

L’emploi de chef éclusier est devenu vacant par la mort du titulaire. Jacobs croit avoir les premiers droits à l’obtention de cette place qui lui a été promise : il est le plus ancien et par expérience le plus apte ; citoyen d’Anvers dans l’incendie de la Rizerie au Port, il a exposé sa vie pour sauver, d’une explosion imminente une grande partie de sa ville natale.

Maintenant, Monsieur le Bourgmestre, oserai-je faire valoir comme titre à votre bienveillance les liens de parenté qui m’unissent au candidat ?

Je vous serais bien obligé, Monsieur le Bourgmestre, de cette délicatesse pleine d’urbanité et je serais heureux de voir ainsi la récompense accordée au mérite. Ce que me fait espérer cette faveur pour mon beau-frère, c’est la noblesse de caractère de Monsieur le Bourgmestre que tout Anvers sait ennemi de l’intrigue et de la partialité.

Daignez agréer, Monsieur le Bourgmestre, l’expression de ma considération très distinguée.

Handtekening van Dominicus Van Niesbecq

Zulke plaatsaanvragen zijn zeer interessant; men verneemt meer over de sollicitant: adres, familiale toestand. Het is dan ook een aangename verrassing wanneer men plots merkt dat de brief van een familielid komt! Voor die reddingsactie heeft Andreas trouwens een medaille van Moed en Zelfopoffering heeft. Dat heb ik ook opgezocht: het is dus waar, maar in de marge vermeldt men in potlood dat hij “het gevaar wel wat aangedikt heeft”.

En je vraagt je misschien af of hij de plaats gekregen heeft? Nee, maar later zal hij solliciteren naar een andere post die hij wel krijgt. Maar die sollicitatie is voor een andere keer!

Uitgelicht

Congratulations and celebrations: Er is een kindeke geboren!

Er werden voor het huwelijk van mijn ouders (zie eerste deel) zoveel gelukwensen gestuurd en vooral ook i.v.m. uitbreiding van het gezin. Uiteindelijk werd het een kroostrijk gezin, nl. een viermeisjeshuis. Het eerste meisje (dat was ik) liet wat op zich wachten. Maar mijn geboorte werd al aangekondigd in een brief van mijn tante aan haar zus in Duitsland. Er is een uitgebreide briefwisseling tijdens en na de oorlog. Er worden allerlei zaken opgestuurd of meegegeven, o.a. kousen. Van sommige brieven is het klad bewaard, maar ook altijd de carbonkopie, want ze werden getypt, waarschijnlijk op de Mignon typmachine. (Ik heb die ooit meegenomen naar de school als voorloper van “de schrijfmachine met bewegend drukhoofd“. Op de trein werd ik nogal raar bekeken; waarschijnlijk dacht men “Wat doet die nog met die oude naaimachine!)

De Mignon schrijfmachine, hier zonder houten koffer

Deze brief vertrekt vanuit Borgerhout op 17 mei 1946. Eerst gaat het nog over de moeilijkheden om zaken op te sturen en het tekort aan nieuws, maar in het laatste deel wordt mijn geboorte aangekondigd. “Ons Josefine is aan ’t sparen“. Ons moeke heeft het kindje dus kunnen behouden en ik werd geboren op 29 oktober.

brief van tante Maria aan tante Louise in Duitsland

En natuurlijk horen daar weer gelukwensen bij. Deze keer maar één groot telegram met aangepast dessin en gestuurd naar de Generaal De Wetstraat nr. 10 in Borgerhout. Ik ben daar, dus thuis, geboren. Dit heeft me nog parten gespeeld in het middelbaar. Het lyceum was naast dat huis gelegen. Bij het voordragen van “Een grote hond en een kleine kat …” vroeg de nieuwe leerkracht of ik van Limburg kwam. Ik zei nee, en zij bleef maar aandringen en vroeg tenslotte waar ik geboren was. Ik antwoordde, geheel naar waarheid, “hiernaast” en prompt vloog ik uit de klas!

Er is ook een aangepast klein gelukwenstelegram: een drieluikje dat kan geplooid worden. Let op: de spelling is al gemoderniseerd!

Kleine visitekaartjes worden het meest gebruikt: die zijn natuurlijk dubbel interessant, zo vind je ook de adressen terug en soms wordt het adres zelfs geactualiseerd!

Het kan natuurlijk ook met een gewone gele kaart vanuit het begijnhof in Hoogstraten! (Zelfs de envelop is bewaard.)

Van Angelina Verhijen Begijnhof 32 Hoogstraeten

Soms zijn het zeer specifieke wensen: Angelina wenste al dat “de kleine engel zou opgroeien in eer en deugd“. In het kaartje hieronder richt men zich rechtstreeks tot mij en wenst me toe dat ik zou opgroeien “als een gezonde lieve Vlaamsche deerne”! De oorlog is pas beëindigd, dus een gepaste wens is “een zonnige, vredevolle toekomst“.

De wensen kunnen nog christelijker: dat past natuurlijk bij het tante nonneke van vake, Moeder Ludwina! Ze stuurt een persoonlijk kaartje, maar ook nog één van alle zusters der H.H. Engelen voor de geboorte van die eerste lieve engel!

Er worden ook geschenken aangeboden: dit briefje komt uit Wallonië: daar wisten ze waarschijnlijk niet dat in Vlaanderen in die tijd de kleur voor meisjes blauw was. (Ook die zaken zijn nu veranderd: kleuren spelen geen rol meer!)

Extra werk voor moeder de vrouw!

De mooiste en meest persoonlijke wens komt van nonkel Pierre, een broer van vake!

Mijn kozijntjes Ludo en Jan kwamen me bezoeken samen met nonkel Pierre, alias Pitche!

Nostalgie naar de tijd van toen en de gelukwensen!

Uitgelicht

Congratulations and celebrations: Ons Jefke is getrouwd

De computer is heel handig en mails zijn gemakkelijk, maar zo missen we wel heel wat oorspronkelijke gelukwensen. Waar is de tijd van telegramrnen en kaartjes. Deze blog wordt wel heel persoonlijk, want we beginnen bij het huwelijk van mijn ouders. Dus het liedje wordt aangepast met “Alberreke“!

Vroeger stuurde men nog een faire-part, een woord dat nu praktisch vergeten is en dat ze langer geleden ook enkel in Antwerpen courant gebruikten (dat mocht ik ondervinden toen ik wat woordenschat Franse correspondentie in Herentals gemakkelijker wou introduceren!). Hier is de huwelijksaankondiging van mijn ouders:

Van overal komen er gelukwensen, nl. “liefdadigheidstelegrams” op 3 oktober 1943. Men kan blijkbaar kiezen uit 2 soorten. De meesten worden naar het adres van de bruid gestuurd. Mijn vader heeft alle wensen zorgvuldig nagekeken: op de hoek zie je zijn paraafje!

Er komt ook een klein “gelukwenschtelegram” dat kon opengevouwen worden. Het is zonder tekst en zelfs zonder afzender!

De keuze van telegrammen is dus beperkt, maar de wensen zijn zeer verscheiden. Hier volgt een kleine bloemlezing. Ik begin met de twee bovenstaande, want die waren misschien wat te klein om te lezen:

  • Met getelde woorden ongetelde wenschen ter gelegenheid van uw huwelijk
  • Wenschen het nieuw te water gelaten schuitje een kalmen rustigen deinende zee. A hoy
  • Hartelijk proficiat met uwe verbinding Dank Adam en Eva voor de uitvinding
  • Jacobs kroost Methusalems ouderdom
  • Veel geluk en voorspoed in het huwelijksbootje en vele broekjes en rokjes
  • Dat uw bootje vare zacht gansch uw leven dag en nacht
  • Hartelijke gelukwenschen aan de jonge tortelduifjes alsook nen rustigen huwelijksnacht
  • Heil en zegen op uwe nieuwe wegen voorspoed en geluk en elk jaar een familiestuk
  • Een gelukkig gezin met Godes Zegen Een gezellig huisje in een vredig Vlaanderen
  • Een voorspoedige reis stelt u zeker op prijs en menige kornuit brenge vreugd in de schuit

En als dan de eerste spruit komt volgen er weer gelukwensen, dus … wordt vervolgd!

Uitgelicht

Een smidje in zijn smisse

Dit liedje behoort tot onze Vlaamse liederenschat: “Een smidje in zijn smisse, die zong de hele dag!”

Vooraleer dat smidje kon zingen had hij echter een milieuvergunning nodig. In het modern archief (MA 18836/1) van het Felixarchief is er een deel over hinderlijke bedrijven. Twee voorvaders deden daar een aanvraag. Vandaag gaat het over de smid Eduardus Van Ackeren, mijn overgrootvader.

Op 19 februari 1880 schrijft hij volgende brief:

Antwerpen, den 12 February 1880

Aan de Heeren Burgemeester en Schepenen der Stad Antwerpen

Mijnheeren

Ik neem de vrijheid UEd te verzoeken mij de toelating te vergunnen eene smis op te richten achter mijne woning gelegen in de Leeuwerikstraat nr 20 6de wijk.

Hopende, Mijnheeren, dat UEd mijn verzoek gelievet gunstig te ontvangen, heb ik de eer UEd mijne oprechte groetenissen aan te bieden.

Eduardus Van Ackeren

Zijn brief komt aan op het bureau op 20 februari; dus de post ging snel. In de dienst “hinderlijke bedrijven” wordt de aanvraag vermeld op 30 maart onder nr. 3252: demande de Mr. Ed. Van Ackeren à pouvoir établir une forge n° 20 rue des Alouettes. De correspondentie gebeurde nog in het Frans. Er komt geen bezwaar: aucune opposition n’ a été faite par le voisinage. Accordé Coll. 2 avril 1880. Het college geeft dus toestemming op 2 april 1880. Er zijn natuurlijk wel bepaalde voorwaarden. Die worden zowel in het Frans als het Nederlands vermeld.

De smidse zal gevestigd zijn in het gebouw gelegen tegen het hof; dit lokaal zal van eenen steenen vloer voorzien zijn en al het zichtbare houtwerk zal bezet worden. Eduardus tekent op 5 april 1880.

Er kwamen dus geen bezwaren van de buurt; dat is dus de Joodse buurt van Antwerpen en Eduardus en zijn smidse worden zelfs vermeld in bepaalde Joodse uitgaven.

We weten heel wat over Eduardus: we kunnen hem volgen van de wieg tot het graf. Er zijn foto’s en we weten zelfs hoe groot hij was.

Hij wordt geboren te Antwerpen als Eduardus Van de Wal op 14 april 1854 om 1 u en op 29 juni gewettigd bij het huwelijk van zijn ouders en vanaf dan is het dus Eduardus Van Ackeren.

Bij de loting trekt hij het nr. 708 en moet soldaat worden: 19.maart 1874. Hij wordt echter vrijgesteld door art. 29 als steun voor een weduwe op 15 mei 1874. Zijn vader is nl. op 3 april van dat jaar gestorven. Door de loting weten we dat hij 1m 67 groot is!

Het jaar daarop huwt hij, nl. op 17 juli 1875 met Maria Ludovica De Mol. Ze krijgen 8 kinderen, waaronder Henricus, die naar Amerika zal vertrekken (zie blog) en mijn bompa Dominicus Van Ackeren.

Bij een smidse denk ik normaal aan vuil werk. Het was waarschijnlijk wel hard werken, maar ze zaten er goed voor en lieten zich fotograferen als deftige burgers en daar hoorden ook honden bij: grote en naarmate men ouder werd kleinere.

De smidse zal toch niet zo ongezond zijn, want het echtpaar kan zijn 50ste huwelijksverjaardag vieren. We weten zelfs wat ze gegeten hebben en er is ook een prachtige familiefoto gemaakt.

Eduardus sterft op 5 oktober 1925 en Maria Ludovica volgt hem op 8 oktober 1932.

Ik zei al dat we hem kunnen volgen van de wieg tot het graf. Inderdaad ik kan hun graf bezoeken. Ze liggen begraven op het Fredeganduskerkhof te Deurne B:04

Zo was het liedje van ons smidje uitgezongen!

Uitgelicht

Ontslag door ansjovis en drank

Eén van mijn voorvaders was “employé de l’octroi”, een soort beambte bij de stedelijke belastingen. Daar wou ik wel iets meer over weten en ik vond heel wat sappige details in het Modern archief in het stadsarchief, “Felixarchief” in Antwerpen. Vooral de evaluaties over de sollicitaties en het werk van de beambten waren boeiend.

Mijn voorvader, Guilielmus Jacobs, wordt definitief aangesteld op 5/3/1832 en wordt ontslagen op 4/1/1838. Alle correspondentie is dan nog in het Frans. We vernemen zo dat hij soldaat geweest is, dat hij passementwerker is en dat zijn broer al werkt bij het octrooi.

  • 21/11/1831: voorstel van Ullens: de nommer un surnuméraire de plus dans la personne de Sr. Jacobs Guillaume. Cet individu a servi dans l’ex 15e division, il est passementier de profession, et frère de notre employé André Jacobs et il accepterait une nomination provisoire et intérimaire. 
  • 22/11/1831 : nomination de Jacobs Guillaume surnuméraire temporaire
  • Nommé définitivement 5/3/1832
    • Commissionné et assermenté :  9/3
    • Installé et salarié : 10/4
    • 3 ième classe : 11/9/1832
  • Révoqué : 4/1/1838

Natuurlijk wou ik weten waarom hij ontslagen werd en … zelfs na bijna 2 eeuwen kan dat nog ontdekt worden. Het is namelijk uitgebreid gedocumenteerd in een verslag: Rapport sur des voies de fait entre Guillaume Jacobs et Joseph Ceulemans, le premier Employé de 3e classe, le second surnuméraire salarié 3/1/1838

In het kort komt het hier op neer: een ondergeschikte van Guilielmus moet een partij ansjovis van de Rode Poort naar de Vrijdagmarkt brengen. (Als stadsgids van Antwerpen kan ik die weg dus ook nog altijd volgen!). Mijn voorvader lokt hem twee cabarets binnen en bij aankomst op de Vrijdagmarkt is er ansjovis te kort. Ze krijgen beiden een vermaning en een boete van 3 Fr.

Ceulemans avait été chargé de transférer de la porte rouge au marché du vendredi un pot d’anchois. Mais au lieu de l’y porter directement d’après l’ordre qu’il avait reçu, il s’est laissé entrainer par Jacobs successivement dans deux cabarets différents. Je n’ai pu éclaircir, si c’est dans un de ces endroits ou bien si c’est dans la rue que la quantité de ce poisson a subi une diminution : mais il est hors de doute, qu’il en est arrivé environ un kilo et demi en moins au marché du vendredi qu’il n’en est parti de la porte.

Je leur ai vivement reproché leur inconduite et je les ai punis l’un et l’autre d’une retenue de trois francs.

Ze hebben hun lesje echter niet geleerd en het verhaal gaat verder aan de Slijkpoort. Mijn voorvader raakt Ceulemans aan en deze trekt zijn sabel! Gevolg: beiden worden ontslagen.

Mon devoir m’impose l’obligation de vous faire rapport d’une scène scandaleuse qui s’est passée partie dans l’ambulance près de la porte de Slijk, partie à la rue, entre deux employés de mon administration, le Sr Guillaume Jacobs Preposé de 3e Classe et le Sr. Joseph Ceulemans, surnuméraire salarié.

Jacobs était le chef de porte, c’est lui qui pour une désobéissance de Ceulemans a mis le premier la main sur la poitrine de son subordonné.  Mais en revanche c’est Ceulemans qui a poursuivi Jacobs le sabre au clair

Boeiend verhaal! Maar ook door het ontslag kom ik nog meer te weten over mijn voorvader. Hij bleek al een drankprobleem te hebben; zijn vrouw en broer waren al verwittigd dat het zo niet verder kon. Het ontslag is niet zo erg, want hij heeft nog zijn beroep als passementwerker en hij heeft ook een winkel in porselein en glaswerk (iets dat ik anders niet te weten gekomen was). Waarom hij is beginnen te drinken heb ik echter niet kunnen achterhalen!

Le Sr. Jacobs tient une boutique de faïence et de verrerie il exerce en outre la profession de passementier. Quoi que j’aye eu pour lui des bontés toutes particulières, il s’est adonné à la boisson depuis deux ans et demi. Pendant ce laps de temps j’ai été obligé de le punir six fois à cause de séjour au cabaret pendant son observation, d’ivresse et d’incapacité de service sans compter toutes les fois qu’il a été trouvé endormi à son poste par suite de libations trop abondantes.

Zoals je ziet kan het Modern Archief ons nog heel wat leren over onze voorouders en onze stamboom wat extra kleur geven. We zullen Guilielmus later nog eens volgen!

Uitgelicht

En edde ga meubele …?

Dit is de titel en beginzin van een Antwerps liedje: ” En heb je meubelen, en heb je huisgerief dan kan je trouwen met je lief!”

Het lief in kwestie: Francisca Catharina Donders
(wel op latere leeftijd: doodsprentje)

Ik wou een huwelijksakte bekijken en stootte plots op een vroegere datum en … zo kreeg ik een heel aparte inkijk in het leven van mijn overgrootouders.

Mijn overgrootvader, Stephanus Lauwrijssen, wou trouwen met zijn lief, Francisca Catharina Donders. Voor het huwelijk kan plaatsvinden moet er echter heel wat geregeld worden. Bij hen wat meer dan voor een gewoon huwelijk; Francisca is namelijk de weduwe van Ambrosius Lauwrijssen, de broer van Stephanus!

Overlijdensakte Ambrosius Lauwrijssen – Stephanus doet de aangifte

Vóór het huwelijk :

  • is er toestemming nodig van de koning
  • huwelijkscontract nr. 1333 bij Notaris De Duve
  • inventaris nr. 1332

Het jaar 1880 den 10de september voor ons Antonius de Duve, notaris ter verblijfplaats Antwerpen in bijzijn der nagenoemde getuigen kompareerden D’Heer Stephanus Lauwrijssen, winkelier, woonende & gehuisvest te Antwerpen & vrouwe Francisca Catharina Donders, winkelierster, woonende & gehuisvest te A., weduwe met twee kinderen van den heer Ambrosius Lauwrijssen.

Er zijn dus 2 kinderen uit het eerste huwelijk, Martinus Josephus Lauwrijssen geboren op 20 maart 1872 en Maria Anna Lauwrijssen geboren op 12/1/1875, en daarom wordt er een inventaris opgemaakt.

Tot behoeve der regten & belangen van Partijen & van alle andere wie het zou mogen aangaan, zonder daaraan op eenige wijze te benadeelen, gaat er door ons Antonius de Duve notaris ter verblijfplaats Antwerpen, bijgestaan & in de tegenwoordigheid van Alexander Constant Voncken schoenmaker en Joannes Baptista Verhaegen, kleermaker, beide woonende te Antwerpen, als getuigen, overgegaan worden ten woonhuize der rekwisante vrouwe weduwe Lauwrijssen-Donders, gestaen te Antwerpen in de Lange Ridderstraat nummer 35, tot het opmaken van getrouwen inventaris & nauwkeurige beschrijving van alle de mobilaire voorwerpen, comptante penningen, koopwaren, titels & papieren, in 1 uitschulden & verdere bescheiden, afhangende zoo van de voorschreve gemeenschap die tusschen de rekwisante & haren gezegden echtgenoot bestaen heeft als van de nalatenschap van deze laatste.

Het gebeurt niet zo gauw dat je zoveel te weten kan komen over je overgrootouders. We kunnen binnenkijken in de kamers en in de kasten! Dus laten we even samen op ontdekking gaan in de Lange Ridderstraat nr. 35 te Antwerpen.

In de keuken: Geschilderd keukenkasken, cuisinière & koolbak, horlogie, koffyservies in rood & wit porselein, moor & koperen koffypot, withouten tafel & drij biezenstoelen, ronde koperen marmit, blikken ketel, likeurstelsel, petroleumlamp, klein spiegeltje, soepterrine, twee bierpotten, eene partij tellooren, klein spiegeltje, twee vensterblindekens, twee venstergordijnen & eene partij aarde, blikken & porseleinen goed, samengeschat 126 franken 50 centiemen                                                                        Op de slaapkamer:   Geschilderde kleerkas, ronde tafel & toile cirée, klein tafeltje, twee fruitstelsels onder glas, zes stoelen gedekt in strooi, bedbak, strooizak, zeegrasse matras, haire dito, twee oorkussens, sargie en sprei, bedbehangsel, spiegel met zwarte lijst, lavabostelsel, twee venstergordijnen & stores, carpet, twee likeurstelsels, twaalf wijnroomers, bierkaraf & twaalf glazen, theservies in porcelein, drij dejeunertassen, melkpot, twaalf tassen & kopjes, soepterrine & zes platte & diepe tellooren, spiegel met vergulde lijst, samengeschat 250 franken                                                                 Op de slaapkamer langs achter: Geschilderde bedbak, zeegrasse matras, strooizak, twee pluimen kussens, mahoniehouten kommode met marmeren plaat, geschilderde kommode, drij vazen, vogels onder glas, spiegel met zwarte lijst, vier venstergordijnen & twee stores, karpet, ijzeren wieg, groep onder glas, twee kandelaars, samengeschat 111 franken 50 centiemen                       Op den zolder: Twee koffers, ijzeren bedbak, drij ledige manden, nachttafeltje & kinderstoel, twee venstergordijnen Samen geschat 8 franken, 25 centiemen  

In den winkel: Toog en schabben geschat 75 franken                                  In den kelder: Stootwagen geschat 35 franken                             Juweelen: Gouden manshorlogie 1 ketting, drij gouden ringen, een paar oorbellekens, samengeschat 127 franken

Huishoudend lijnwaad: Zes paar bedlakens, zes fluwijnen, twaalf cotonette fluwijnen, twaalf handdoeken, drij tafellakens, twee witte spreien, drij katoene & twee wolle sargien Samengeschat 40 franken                Kleederen der verzoekster: Zijden kleed, vier stoffen kleederen, twaalf paar koussen, vier witte broeken, zes hemden en verder kleergoed, samengeschat 115 franken                                                          

Een plezante inkijk: er was heel wat voorzien om te drinken, ook op de slaapkamers: koffieservies, likeurstelsels, wijnroemers, bierkaraf. Ook was er een onderscheid in kwaliteit van matrassen, fluwijnen, lakens, spreien en sargien. Spiegels waren er ook genoeg, in het groot en in het klein. Francisca had een zijden kleed, waarschijnlijk voor ’s zondags en ze wisselde vaker van hemd dan van broek!  

Het is waarschijnlijk al te laat om nu nog naar de grond te gaan kijken die ze nog in Rijkevorsel hadden: “een perceelgrond te Rijckevorsel groot ongeveer zestig aren wijk H deel van nr 374 ten westen aangekocht bij akt gepasseerd voor notaris Van Regemorter te Hoogstraten op twee en twintig augustus 1870“.   

Ze huurden het huis, want bij de passiva wordt vermeld dat ze nog verschuldigd zijn “aan Louis Peeters-De Clerck voor huishuur tot een mei achttienhonderd zeven en zeventig volgens overeenkomst tusschen hem & haren aflijvigen man aangegaan eene som van negenhonderd vijf en zeventig franken.”            

De inventaris leert ons dus heel veel. We vernemen ook dat er al één kind gestorven is  en dat de 2 kinderen nog recht hebben op erfenissen van hun grootmoeder, Anna Van Staeyen en hun overgrootmoeder, Weduwe Ambrosius Van Staeyen. Hun grootvader Guillielmus Lauwrijssen leeft nog.                  

En wil je iets meer weten over begrafenisondernemers en begrafeniskosten: bij de passiva is er een rekening voor de begrafeniskosten van de aflijvige in deze aan De Winter verschuldigd was eene som van twee honderd veertig franken.         

Slotsom: er waren meubelen en er was huisgerief bij de toekomstige bruid!

Uitgelicht

Moederkes

Moeke, zo’n mooi Vlaams woord; “moederken” al bezongen door Guido Gezelle.

We dragen onze moeders hoog in het vaandel. In Antwerpen hebben we zelfs onze eigen Moederkensdag op 15 augustus met Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart.

In de genealogie worden moeders soms vergeten of ze zijn moeilijk op te sporen, alhoewel ze heel belangrijk zijn. Tijdens de wandeling in de Joodse buurt van Antwerpen vraag ik “Wanneer ben je Jood?”; het antwoord luidt: “als je een Joodse moeder hebt” en dan verwijs ik graag naar de Engelse taal: “Mother baby, father may be!”

Nu echter lanceerde men een DNA-project om de moederlijn op te zoeken en verder uit te bouwen. Dit is het project MamaMito: https://mamamito.be

Natuurlijk deed ik daar graag aan mee: men moest zijn voormoeders opzoeken en geboorte- of doopbewijzen, huwelijksakten en overlijdensakten bezorgen. Mijn voorouders werden aanvaard en zie hier mijn persoonlijke MamaMitodocument

Van Ackeren Josephina Hendrika

Ons moeke

° 03 10 1913 Antwerpen

+ 31 03 1995 Antwerpen

Jacobs Joanna Carolina

Geboorte Joanna Carolina: de bomma

° 15 08 1882 Antwerpen

+ 23 12 1960 Deurne

De Cleir Maria Theresia

Geboorte Maria Theresia: overgrootmoeder

° 05 06 1841 Antwerpen

+ 11 10 1905 Antwerpen

Dolphijn Maria Joanna

Geboorte Maria Joanna: betovergrootmoeder

° 06 08 1815 Antwerpen

+ 12 11 1876 Antwerpen

Van den Bosch Joanna Maria

doop Joanna Maria: oudmoeder

° 11 04 1784 Antwerpen

+ 27 03 1841 Antwerpen

Beyers Joanna

Overlijden Joanna: oudgrootmoeder

° 1748 Roermond

+ 03 02 1836 Antwerpen

Langs de moederkes klim ik van mijn moeke tot aan mijn oudgrootmoeder, dus 6 generaties van vrouwen die zorgden voor hun kinderen met vallen en opstaan, in moeilijke tijden, met soms moeilijke geboortes en ook overlijdens van jonge kinderen. In hun gezin hadden zij de zwaarste taak. Dank aan al die moeders voor hun inzet. Zij en hun namen zijn even belangrijk als die van hun echtgenoten en vaders!

Van elk van deze voormoeders heb ik de geboorte of doop, het huwelijk en het overlijden, behalve van Joanna Beyers of Van Beyern. Ze zou van Roermond komen en er geboren zijn rond 1748. Ze is in Antwerpen gehuwd en er gestorven.

Ik ben nog steeds op zoek naar die verre voormoeder!

Uitgelicht

Internationale zoektocht naar een Franse soldaat in de Nederlanden

Op 27 juli 1757 trouwen mijn voorouders Andreas Van der Vorst en Anna Maria Odrijn in Antwerpen in Onze Lieve Vrouw Noord.

In onze prachtige huidige kathedraal waren er vroeger 2 parochies, Noord en Zuid. Iemand vroeg me ooit hoe dat georganiseerd werd voor de dopen. Na navraag kreeg ik volgend antwoord: In 1614 wordt de doopkapel heringericht onder de noordertoren. Deze doopkapel wordt binnenin gescheiden door een ‘scheidingswand’ die  over de doopvont loopt; de kapel heeft ook 2 ingangen, apart voor de beide parochies. Deze toestand blijft naar alle waarschijnlijkheid ongewijzigd tot aan het Concordaat van Napoleon met de Heilige Stoel wanneer de parochies hervormd worden.

Nu terug naar ons huwelijk. Eén van de getuigen is haar vader Antonius Odrijn. Anna Maria was gedoopt in de Sint-Jacobskerk in Ieper in 1756. Ook in de overlijdensakte staat Ieper vermeld.

Overlijdensakte Anna Maria Odrijn Antwerpen

Ja, probleem, daar stopte het, want zoals iedereen weet werd Ieper zo goed als volledig verwoest in W.O. I. Praktisch alle archieven werden vernietigd. Ik had wel de namen van haar ouders Antonius Odrijn en Maria Mariën, maar geen verdere gegevens.

Een hele tijd later ontdekte ik dat Andreas getuige was bij een huwelijk, nl. dat van Joanna Catharina Oderijn en Cornelius Josephus Mees op 17 oktober 1769. De andere getuige was haar vader, Antonius Oderijn. De naam was iets anders, maar dit was duidelijk een zuster van Anna Maria. Dan kwam de grote ontdekking: ze was gedoopt in Borsbeek en haar vader stond bij de doop geboekstaafd als “Antony Audrin“. Waarschijnlijk een té moeilijke naam voor de Nederlanden, want we vinden hem in talloze varianten terug, zelfs meerdere vormen voor dezelfde persoon. Nog interessanter was de wat moeilijk leesbare aanduiding:

doop Joanna Catharina Audrin Borsbeek

filia Antoni Audrin militis legionis pypobalustarum (?) walonum in servitio hollanderum!

Antonius was dus een Franse soldaat in Hollandse dienst en hij trekt rond met het leger. Het koppel krijgt nog een kind in Doornik en wie weet misschien zijn er nog kinderen in andere garnizoensplaatsen. Daarna vestigen ze zich in Antwerpen en er volgen nog kinderen. Bij één van die dopen wordt vermeld dat Antoine geboren werd in Pézenas in de Languedoc. Dus verder op zoek. Langs Geneanet had ik contact met 2 Audrins: Antoine in Zwitserland en Jean-Luc in Pézenas. Zij waren zeer enthousiast en gingen mee op zoek. Ik heb dan ooit zelf een reis geboekt naar de Languedoc en ondanks moeilijkheden in verband met de vrije dag – die eerst verplaatst werd en dan afgeschaft! – kon ik toch een dag doorbrengen in Pézenas, prachtig stadje, o.a. bekend door Molière en … ik kon Jean Luc ontmoeten en samen hebben we gegevens uitgewisseld en het stadje bekeken. De familie was belangrijk in Pézenas en zou oorspronkelijk uit Bretagne komen.

De internationale zoektocht naar Antoine Audrin was begonnen. De 2 Audrins doopten mijn Audrin al vlug tot “Antoine, le Hollandais”. Ik ben trouwens ook hun Hollandse verwante, alhoewel ik in Belg ben. Ook in Nederland langs de Yahoo-groepen werkte men mee aan het onderzoek naar de regimenten.

Uiteindelijk kwam Jean-Luc tot dit besluit in verband met zijn loopbaan:

Bonjour, Lieve, Antoine, Yves, Antoine AUDRIN, dont il est question, fils de Jacques Maître tonnelier & de Marie Martel est né le 12 novembre 1726 à Pézenas.Vers 1742/1743 a 17 ans il est certainement tiré au sort (ordonnance royale de 1726) afin de former les milices composant les bataillons regroupés en régiments. ( 6éme Dragon du Languedoc )
Les régiments de grenadiers royaux, formés de 1742 à 1745 avec les régiments provinciaux dont le 11éme du Languedoc (12éme de Montauban, 42éme de Montpellier, et 43éme d’Alby) participeront à la guerre de succession d’Autriche, declarée par Louis XV.

En 1743 ces régiment royaux en service en Hollande seront sous le commandenent du Colonel Mattha Van Byllandt . La carriere militaire d’Antoine se déroule donc dans le Brabant Hollandais, – 1743 au 3ème Rgt des Dragons, puis au 2éme bataillon du Rgt Walen Van Nassau, et enfin en 1756 au Rgt des Grenadiers sous commandement du Colonel Théodore Marie de Carmin de Lillers, à Ypres. Colonel du Rgt des Grenadiers Wallons au service de la république des provinces unies en 1743. Le Colonel de Lillers devient Lieutenant géneral des armées en 1758.

Genealogie is dus ook heel interessant om de kennis van de geschiedenis bij te schaven.

Dus dit deel van mijn opzoekingen was afgehandeld, dacht ik. Maar … er kwam nog een vervolg. Op zekere dag was ik op zoek naar mijn Noord-Brabantse voorouders in het archief van Breda. Ik was het zoeken naar bepaalde namen beu en typte “Audrin” in de vaste overtuiging dat ik daar niets zou vinden. Groot was mijn verbazing toen er toch iets tevoorschijn kwam. Door een stom toeval vond ik het huwelijk van Antoine en Anna Maria in Oudenbosch!

huwelijk Anthonius Audrin met Anna Mariën in Oudenbosch

Oudenbosch of Vetera Sylva was een garnizoenstad. Het onleesbare woord van de doopakte is hier duidelijker: pypobolista, dat zou een aanduiding zijn voor arquebusier of kolvenier. Ook bij ons waren de kolveniers zeer belangrijk. De burgemeester van Antwerpen, Nicolaas Rockox was deken van de gilde en bestelde de prachtige Kruisafname uit de kathedraal bij Rubens!

Onze Antoine komt dus in Antwerpen wonen. Hij sterft er op zaterdag 20 september 1794 om 20 u. en wordt begraven op maandag 22 september 1794 (OLV Noord).  Antoine werd 67 jaar, 10 maanden en 8 dagen.

Over zijn enige (?) zoon heb ik spijtig genoeg niets meer kunnen vinden, geen huwelijk, geen overlijden. (Iemand laten sterven is één van de moeilijkste zaken in genealogie!).

De naam leeft echter verder langs een dochter, maar weer in een verbasterde vorm: Odderij!

Uitgelicht

The Cooking Contest

Wie had ooit gedacht dat mijn eerste blog er één zou zijn over een kookwedstrijd en dan nog één van de scouts, terwijl wij altijd Chiromeisjes waren!

Deze foto vertelt echter iets over één van mijn moeilijkste zoektochten in de genealogie. Een oom van mijn moeder ging samen met zijn vrouw en zijn dochter naar Amerika. Hij vertrok vanuit Liverpool en dankzij Ellis eiland kon ik hem terugvinden, na wat problemen met de naam. Ik kon hem volgen, naturalisatie en overtochten naar Antwerpen en terug naar Amerika met schepen van de Red Star line. Het overlijden van zijn vrouw vond ik terug. Maar hoe ik ook zocht naar zijn overlijden en naar zijn dochter, ik kon geen enkel spoor vinden. Dankzij een Nederlandse genealogiegroep vond ik uiteindelijk het graf van de dochter. Ik ontdekte dat Adolphine Joanna Van Ackeren 2 maal gehuwd was. Met haar eerste man had ze 8 dochters. Ze moest haar eerste man en 4 van die dochters begraven. Uiteindelijk werd ze begraven als Joan Fulton, dus onder haar tweede voornaam en met de familienaam van haar tweede man, waarmee ze geen kinderen had! Het probleem van heel wat landen in verband met onderzoek naar vrouwelijke voorouders; vrouwen nemen de naam van hun man aan. Vanuit feministisch standpunt is dat helemaal fout!

Deze oude krantenfoto toont ons Adolphine, nog niet gehuwd en dus nog met haar eigen naam als deelneemster aan een “cooking contest”, dat ze met haar scoutsploeg won. Het krantenartikel werd opgestuurd naar mijn nicht, die een generatie ouder was als ik. Het kruisje duidt aan wie Adolphine is. Mijn tante heeft – dat heb ik pas later vernomen – lange tijd gecorrespondeerd met de moeder van Adolphine, in het begin in het Nederlands. Als Adolphine zelf later schreef veranderde dat vlug naar het Engels. Nu heb ik – spijtig genoeg enkel kopieën – de correspondentie. Zoals vaak was er uiteindelijk geen contact meer. Maar … vanuit haar graf (contactgegevens) heb ik nu een facebook-relatie met de nog levende dochters en kleinkinderen. En… ook haar vader heb ik teruggevonden. De arme man is gestorven tijdens de blitz in 1941 en ligt begraven in Liverpool.  Straf: van daaruit vertrokken naar de nieuwe wereld om er terug te komen en er te sterven.

Nog straffer: ik weet meer over de grootouders en het geboorteland van de moeder dan de eigen dochters!



Deze oude krantenfoto toont ons Adolphine, nog niet gehuwd en dus nog met haar eigen naam als deelneemster aan een “cooking contest”, dat ze met haar scoutsploeg won. Het krantenartikel werd opgestuurd naar mijn nicht, die een generatie ouder was als ik. Het kruisje duidt aan wie Adolphine is. Pas later heb ik vernomen dat mijn tante lange tijd gecorrespondeerd heeft met de moeder van Adolphine, in het begin in het Nederlands. Als Adolphine zelf later schreef veranderde dat vlug naar het Engels. Nu heb ik de correspondentie: brieven en postkaarten, maar spijtig genoeg enkel kopieën. Zoals zo vaak gebeurt stierf het contact uiteindelijk een stille dood. Maar … vanuit haar graf heeft ze mij geholpen (dankzij de contactgegevens) en heb ik nu een facebook-relatie met de nog levende dochters en kleinkinderen. En… ook haar vader heb ik teruggevonden. De arme man is gestorven tijdens de blitz in 1941 en ligt begraven in Liverpool. 
Opmerkelijk: hij vertrok van daaruit naar de nieuwe wereld en kwam er terug om er te sterven. 

Nog straffer: ik weet meer over de grootouders en het geboorteland van de moeder dan haar eigen dochters!