Onze toren bezingen we: Voor u lieve toren blijft steeds ons hart slaan, blijf daar voor eeuwig staan. Vorig jaar vierden we zijn 500ste verjaardag.
Ook vroeger was hij geliefd en men wou er graag werken. Daarvan getuigen de sollicitaties van vader en zoon Jacobs. We kennen hen al van de blogs over het octrooi en de sollicitaties.
We starten bij de vader, Guilielmus Jacobs. Tijdens een zoektocht in het Modern Archief van het Felixarchief kwam ik zijn sollicitatie tegen. Ik dacht onmiddellijk dat hij het was, maar ik moest zeker zijn, want met een naam als Jacobs is het niet zo vanzelfsprekend. Het ging duidelijk over hem, want hij verwees naar het octrooi. Hier is zijn brief:

Hij heeft een mooi handschrift en gebruikt een degelijke taal. Wat leren we uit zijn brief?
- Hij werkte 6 jaar bij de stedelijke belastingen (dus hij is inderdaad de man van het octrooi) en heeft een gratificatie gekregen (ondanks zijn ontslag)
- Hij is al 13 jaar stadsklokkenluider
- We kennen zijn adres: Wijk 3 nr. 519. Dit komt overeen met de Oude Korenmarkt nr. 29 of in de Franse tijd: Oude Koordenmarkt – Vieux marché aux cordes. Men moest immers dichtbij de kathedraal wonen als men klokkenluider was.
- Hij moet zorgen voor de opvoeding van 7 kinderen. We kennen ze allemaal! Het waren er acht, maar 1 dochtertje sterft voor ze één jaar oud is.
Spijtig genoeg krijgt Guilielmus geen goed antwoord. Dat is de 2de keer, want ook op 4 september 1840 solliciteerde hij al eens naar de plaats van concierge. Hij voegde toen een gunstig “certificat” bij van de “Directeur des Impositions Communales d’ Anvers”. Ja, de administratie gebeurde in de Franse taal.
Guilielmus wordt uiteindelijk 76 jaar, 6 maanden en 7 dagen. Zijn zoon André is één van de aangevers van het overlijden.
Met die André gaan we verder. Hem kennen we van zijn sollicitatie voor hoofdsluiswachter. Hij had toen geen geluk; ik heb toen al vermeld dat hij later meer geluk zou hebben.
Nu solliciteert hij voor de plaats van hoofdklokkenluider of ” den man die ’s avonds de aftogtklok luid”
Ook uit deze brieven kunnen we heel wat informatie halen:
- Hij werkt al 18 jaar aan de dienst der stadssluizen: de ruien
- De jaarwedde volstaat niet en hij moet een andere betrekking zoeken: de klokkenluiders hadden nog een ander beroep. Zijn vader was knopmaker en passementwerker.
- Hij heeft een zwaar huishouden: hij had 8 kinderen. Als hij de brief schrijft in 1873 zijn er al 3 kinderen zeer jong gestorven.
- Hij verwijst nog eens naar zijn medaille voor moed en zelfopoffering.
- Ook hij woont dicht bij de kathedraal, nl. in de Blauwmoezelstraat
Op 27 juli 1874 schrijft de heer Dens een brief naar de stadsingenieur, verantwoordelijke voor de sluizen, om te informeren naar de “oppassendheid” van André. Daarbij vermeldt hij dat André al verscheidene jaren de plaats van tweede klokkenluider vervult wanneer het nodig is den eersten te vervangen in geval van afwezigheid.
Na de aanbeveling van de stadsingenieur beslist het college op 10 augustus 1874 “Jacobs tot hoofdklokkenluider te benoemen, met aanbeveling zijnen sluisdienst niet minder wel te vervullen dan hij het hiertoe heeft gedaan”. Men heeft de brief van de stadsingenieur dus goed gelezen. Het goede nieuws wordt op 19 augustus aan André meegedeeld: “Wij hebben het genoegen U te berichten dat wij U benoemd hebben tot het ambt van meester klokkenluider. Na er nog eens op aangedrongen te hebben zijn dienst als sluistrekker niet te verwaarlozen, eindigt men met de mededeling. “Gelief U tot de Heer Dens, stadsbouwmeester, te wenden die U met uwen dienst zal bekend maken.
De toren hoort immers bij de stad, maar het is toch speciaal dat de stadsbouwmeester de verantwoordelijke is voor de klokkenluiders!
Bent u, zoals ik, ook nieuwsgierig om te weten hoe onze André zijn medaille voor moed en zelfopoffering gekregen heeft. Hier volgt zijn verslag en … ik ben ondertussen ook aan een fotootje geraakt van de held!





