Dit liedje behoort tot onze Vlaamse liederenschat: “Een smidje in zijn smisse, die zong de hele dag!”
Vooraleer dat smidje kon zingen had hij echter een milieuvergunning nodig. In het modern archief (MA 18836/1) van het Felixarchief is er een deel over hinderlijke bedrijven. Twee voorvaders deden daar een aanvraag. Vandaag gaat het over de smid Eduardus Van Ackeren, mijn overgrootvader.
Op 19 februari 1880 schrijft hij volgende brief:
Antwerpen, den 12 February 1880
Aan de Heeren Burgemeester en Schepenen der Stad Antwerpen
Mijnheeren
Ik neem de vrijheid UEd te verzoeken mij de toelating te vergunnen eene smis op te richten achter mijne woning gelegen in de Leeuwerikstraat nr 20 6de wijk.
Hopende, Mijnheeren, dat UEd mijn verzoek gelievet gunstig te ontvangen, heb ik de eer UEd mijne oprechte groetenissen aan te bieden.
Eduardus Van Ackeren
Zijn brief komt aan op het bureau op 20 februari; dus de post ging snel. In de dienst “hinderlijke bedrijven” wordt de aanvraag vermeld op 30 maart onder nr. 3252: demande de Mr. Ed. Van Ackeren à pouvoir établir une forge n° 20 rue des Alouettes. De correspondentie gebeurde nog in het Frans. Er komt geen bezwaar: aucune opposition n’ a été faite par le voisinage. Accordé Coll. 2 avril 1880. Het college geeft dus toestemming op 2 april 1880. Er zijn natuurlijk wel bepaalde voorwaarden. Die worden zowel in het Frans als het Nederlands vermeld.
De smidse zal gevestigd zijn in het gebouw gelegen tegen het hof; dit lokaal zal van eenen steenen vloer voorzien zijn en al het zichtbare houtwerk zal bezet worden. Eduardus tekent op 5 april 1880.
Er kwamen dus geen bezwaren van de buurt; dat is dus de Joodse buurt van Antwerpen en Eduardus en zijn smidse worden zelfs vermeld in bepaalde Joodse uitgaven.
We weten heel wat over Eduardus: we kunnen hem volgen van de wieg tot het graf. Er zijn foto’s en we weten zelfs hoe groot hij was.
Hij wordt geboren te Antwerpen als Eduardus Van de Wal op 14 april 1854 om 1 u en op 29 juni gewettigd bij het huwelijk van zijn ouders en vanaf dan is het dus Eduardus Van Ackeren.
Bij de loting trekt hij het nr. 708 en moet soldaat worden: 19.maart 1874. Hij wordt echter vrijgesteld door art. 29 als steun voor een weduwe op 15 mei 1874. Zijn vader is nl. op 3 april van dat jaar gestorven. Door de loting weten we dat hij 1m 67 groot is!
Het jaar daarop huwt hij, nl. op 17 juli 1875 met Maria Ludovica De Mol. Ze krijgen 8 kinderen, waaronder Henricus, die naar Amerika zal vertrekken (zie blog) en mijn bompa Dominicus Van Ackeren.
Bij een smidse denk ik normaal aan vuil werk. Het was waarschijnlijk wel hard werken, maar ze zaten er goed voor en lieten zich fotograferen als deftige burgers en daar hoorden ook honden bij: grote en naarmate men ouder werd kleinere.



De smidse zal toch niet zo ongezond zijn, want het echtpaar kan zijn 50ste huwelijksverjaardag vieren. We weten zelfs wat ze gegeten hebben en er is ook een prachtige familiefoto gemaakt.
Eduardus sterft op 5 oktober 1925 en Maria Ludovica volgt hem op 8 oktober 1932.
Ik zei al dat we hem kunnen volgen van de wieg tot het graf. Inderdaad ik kan hun graf bezoeken. Ze liggen begraven op het Fredeganduskerkhof te Deurne B:04
Zo was het liedje van ons smidje uitgezongen!



